16 Kislew 5781 | 02 December 2020
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
De Sjabbat en de Briet Mila
Publicatiedatum: Saturday 13 April 2013 Auteur: Dayan mr. drs. R. Evers | 1.173 keer gelezen
Halacha, Brit Mila (besnijdenis), Opperrabbijn R. Evers, Sjabbat »

‘En op de achtste dag zal hij besneden worden’ (12:3). Dit voorschrift werd al eerder gegeven aan Avraham (Bereesjiet 17:12). Onze pasoek (vers) licht een extra aspect van de besnijdenis toe: op de achtste dag – zelfs op Sjabbat – moet de Briet Mila geschieden (B.T. Sjabbat 132a).
In de Midrasj wordt hierbij een vergelijking (masjal) geschetst: twee ministers kwamen voor de koning. Niemand wist wie hoger in rang was. Toen de één de ander voorliet begreep iedereen dat degene, die voorging de belangrijkste was.

Hetzelfde geldt voor de verhouding tussen de Sjabbat en de Briet Mila. Sjabbat weegt op tegen de hele Tora (J.T. Berachot 1:5). Toch is de Briet Mila groter omdat daardoor 13 verbonden tussen G’d en het Joodse volk werden gesloten (B.T. Nedariem 31b). De besnijdenis schuift de Sjabbat terzijde. Waarom is dit zo? Tosefot Beracha meent dat de Briet Mila het stempel van het Jodendom op de persoon drukt. Sjabbat is het teken van het verbond tussen G’d en het Joodse volk. Eerst moet men dit besnijdenisverbond zijn aangegaan. Pas daarna kan men werkelijk Sjabbat houden.

Sjabbat is de getuigenis dat G’d  Hemel en aarde heeft geschapen. De Briet Mila is het teken dat wij G’ds dienaar zijn. Alleen getuigen dat G’d Hemel en aarde heeft geschapen is onvoldoende. We moeten weten dat wij Zijn dienaar zijn en Zijn mitsvot in acht nemen. Dit is ons doel in het leven.

Verklaarders gaan verder in op de vraag waarom de Briet Mila alleen overdag mag geschieden. De Tora schept een contrast: misdadig bloedvergieten geschiedt vaak ’s nachts. De dag is het symbool voor het goede: besnijden is geen verminking maar een positief verbond. Zo staat ook bij de eerste besnijdenis uit de geschiedenis: “Midden op deze dag werden Awraham en Jisjma’eel, zijn zoon, besneden” (Bereesjiet/Gen. 17:26). Het vereiste van overdag geldt ook voor offerbloed. Offers konden alleen overdag gebracht worden. Dieren doden is in principe verboden tenzij het een hoger doel dient.

Toch blijft het moeilijk dat men op Sjabbat een Briet Mila mag uitvoeren. Een aantal andere mitswot (geboden) die ook op Sjabbat moesten worden vervuld, werden opgeheven omdat men vreesde dat de uitvoerders van het gebod het draagverbod zouden schenden. Zo is het verboden op Sjabbat Rosj Hasjana op de sjofar te blazen en op Sjabbat Soekot een loelav (plantenbundel) te schudden. Men vreesde dat men de sjofar of de loelav op straat zou meenemen. Waarom is men niet bang dat de moheel (besnijder) zijn instrumentarium over straat zou vervoeren op Sjabbat? Eigenlijk had men de besnijdenis moeten verbieden op Sjabbat. Waarom gebeurt het dan toch?

Rabbi Baroech Epstein (20e eeuw) legt uit dat Rosj Hasjana en Soekot (Loofhuttenfeest) een onzekere datum hebben. Omdat wij niet meer de kalender vaststellen volgens de voorschriften kan het zijn dat ze op een andere dag zouden moeten vallen. Het kan dus zijn dat de mitswa van Sjofar of Loelav vandaag niet gedaan hoeft te worden. Daarom is de mitswa al enigszins ‘verzwakt’. Vandaar dat wij rekening houden met het mogelijk schenden van het draagverbod. De achtste dag van de besnijdenis is echter altijd zeker en duidelijk de achtste dag. Daarom hoeven we niet te vrezen voor een mogelijke overtreding van het draagverbod.

Rabbenoe Bachja ibn Pakoeda (11e eeuw) meent op grond van de vergelijking tussen Briet Mila en offeren, dat er een verplichting tot een se’oeda (maaltijd) bij de besnijdenis bestaat. Zo staat er in Sjemot/Ex. 29:33 dat “men de offers moet eten waardoor er kappara (verzoening) plaatsvindt”. Daarom maakt men ook een se’oeda op de dag van de besnijdenis. De Briet Mila wordt vergeleken met een offer. Het wordt gezien als een opoffering voor de ouders om hun kind zo te zien lijden. De Mila geeft kappara (verzoening) als een korban (offerdier). Daarom is de Mila ook op de achtste dag bepaald want pas vanaf de achtste dag wordt een korban als offer geaccepteerd (Wajikra 22:27).
 
Verder stellen onze Chagamiem: “Overdag mag je besnijden maar niet ’s nachts” (B.T. Sjabbat 131a). Wanneer men toch ’s nachts besneden heeft, menen verschillende Geleerden, dat men nog eens hatafat dam briet - een druppeltje bloed - moet laten vloeien overdag. Wanneer men ’s nachts een mitswa deed, die overdag had moeten plaatsvinden, moet de mitswa aangevuld worden.

Beet Joseef (Joré De’a 262) schrijft, dat wanneer een kind binnen acht dagen besneden is, men niet opnieuw een beetje bloed hoeft te laten vloeien. Waarschijnlijk is hij ook van mening, dat als het kind ’s nachts na de achtste dag besneden is, hij niet opnieuw een hatafat dam briet hoeft te hebben. Niettemin stelt Rabbi Mosje Isserles (1520-1577), dat binnen acht dagen overdag besnijden relatief beter is dan een besnijdenis ’s nachts. In ieder geval paskent (beslist) hij, dat wanneer men ’s nachts besneden heeft, men een hatafat dam briet overdag moet doen. Wanneer men echter binnen acht dagen overdag besneden heeft, is hatafat dam briet niet nodig. Zijn deze beslissingen tegenstrijdig?

1   |   2      »      
Copyright © 2013 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2020 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.