19 juni 1941: Drie dagen voor het uitbreken van de oorlog tegen de Sovjet Unie gaven de Roemanen alle joodse inwoners van Darabani opdracht de stad binnen een halfuur te verlaten; ze werden beroofd en weggeveord naar de dertig kilometer verderop gelegen stad Dorohoi. Alle zionistische joodse inwoners van Falesjty (Moldavië) werden door de Sovjets weggeveord naar Siberië. 19 juni 1942: 800 joodse inwoners van Krasiczyn (PL) werden door de SS weggeveord naar het verietigingskamp Sobibor. 2500 door de nazi’s als “onbruikbaar” gekwalificeerde joden werden uit het getto van Glebokie (Wit Rusland) weggehaald en in een bos in de omgeving vermoord. Een aantal joodse verzetstrijders zette de strijd tegen de nazi’s voort. 500 joodse inwoners van Nemirov in de Oekrainse oblast Vinnitsa weggevoerd naar het verbietigngskamp Belzec. |