13 april 1891: Enige dagen vor Pasen werd het 8 jarige dochtertje van de joodse kleermaker Sarda op Korfoe vermist. Op de bovengenoemde datum werd zij dood aangetroffen. Boze tongen beweerden dat zij geen joods kindje maar een christen meisje was die door de joden was geadopteerd om als paasoffer te dienen. De joden werden door de boerenbevolking gemolesteerd en eigendommen werden geplunderd. Het eindigde ermee dat de joden in getto werden belegerd als gold het een burcht. 13 april 1942: Deportatie 250 joden uit Chrzanow (PL) naar verzamelpunt Turobin. Getto van Wlodmiziemrz (Oekraine) telden 22000 joodse zielen. Een verdeling in 2 categorien vormde de eerste stap tot vernietiging: 1: joden die konden werken en 2: “onbruikbare” joden. Dagelijks werden een aantal “onbruikbare” buiten de stad vermoord. 13 april 1943: Deportatie 3000 inwoners van getto Bobrka (Oekraïne) naar vernietigingskamp Belzec. 1204 geïnterneerden van het doorgangskamp Westerbork (NL) naar vernietingingskamp Sobibor. Op deze dag werden 2000 joden van het getto van Buczacz (Oekraine) door de nazi’s vermoord. 13 april 1944: 1500 joodse mannen en vrouwen op de transport van doorgangskamp Drancy (Parijs) naar vernietigingskamp Auschwitz. 265 werden bij aankomst onmiddellijk vergast. Slechts 105 mannen en 70 vrouwen overleefden de gruwelheden. |