3 maart 1349: De joodse gemeenschap van de Duitse stad Konstanz aan het Bodenmeer werd getroffen door vervolging in verbrand met de Zwarte Dood (Pest). De joden werden er van beschuldigd de drinkwaterbronnen te hebben vergiftigd. Hun eigen bronnen werden om die reden dichtgemetseld. De joden werden in een speciaal gebouwde houten schuur opgesloten waarna deze in brand werd gestoken; 330 van hen kwamen in de vlammen om. Slechts enkelen zouden het drama overleven. 3 maart 1942: Aan de vooravond van het Poeriemfeest dreven de nazi’s de nog in het getto van Zychlin (PL) aanwezige joden bijeen en stouwden ze in vrachtwagens; ouden van dagen en zieken die niet in staat waren in de wagens te klimmen werden ter plaatsen doodgeschoten. De gehele joodse bevolking van Zychlin, meer dan 3000 zielen, werd gedeporteerd naar het vernietingingskamp Chelmno en daar om het leven gebracht. Zychlin werd “judenfrei” verklaard. De eerste grote “Aktion”gevoerd door het Duitse leger tegen de joden van Dolginov (Wir-Rusland). 1500 van hen werden opgepakt en buiten de stad gebracht waar zij werden doodgeschoten; de lichamen werden verbrand. 3 maart 1943: In deze nacht voerden het Duitse leger razzia’s uit in diverse steden van de toen door Bulgaren bezette Griekse provincies Macedonië en Thracië: Kaválla en Dráma in Macedonië en Xánthi, Komotini en Alexandroupolis in Thracië. 5000 joodse mannen, vrouwen en kinderen werden in Dráma bijeengebracht en vandaar weggevoerd naar het vernietingingskamp Treblinka. 3 maart 1944: 732 joodse geïnterneerden van het doorgangskamp Westerbork op transport gesteld naar Auschwitz. |