16 maart 1474: In Spanje braken vervolgingen uit tegen de zogenaamde conversos, afstammelingen van in 1391 onder dwang gedoopte joden. Zij werden ervan beschuldigd in het geheim het jodendom aan te hangen en te praktiseren. Op 16 maart 1474 trokken gewapende benden door de straten van Segovi en vielen de huizen van de conversos binnen, plunderden hun eigendommen en stonden hen naar het leven. Op het laatst greep de castellan van Segovia ten gunste van hen in, anders zou de gehele conversos-gemeenschap van deze stad zijn uitgeroeid. 16 maart 1919: Eenheden van het leger van Petljoera voerden drie dagen een pogrom uit in het dorp Belotsjitz (Oekraïne). 16 joden werden vermoord en 2 gewond. 16 maart 1920: Benden opstandelingen onder leideing van Tjoettjoennik, een bondgenoot van Petljoera, trokken de stad Datsef binnen. Tijdens deze progrom verloorden 22 joden hun leven en raakten 31 gewond. Progrom in Golta (Oekraine). 10 joden verloorden hun leven 16 maart 1945: Uit Praag werd de laatste jood weggevoerd naar het concentratiekamp Therienstadt. Hiermee kwam het totaal aantal naar dit kamp gedeporteerde joden op 46.067 |