15 Tammoez 5779 | 18 juli 2019
Parasja
Bereesjiet/ Genesis     Sjemot/ Exodus     Wajjikra/ Leviticus     Bamidbar/ Numeri     Dewariem/ Deuteronomium     Combinaties     Feestdagen     
Parasja / Emor / Inzicht Overzicht | Inzicht | Haftara | Commentaar
Wajjikra/ Leviticus 21:1–24:23 | door: Efraim Levine
Gebaseerd op een drasja van HaGoan R' Aaron Levine zt"l

Op de kandelaar van zuiver goud moet hij de lampen voortdurend vóór de eeuwige in orde maken" (Lev. 24:4).  „Je moet die in twee stapels, zes in iedere stapel, vóór de Eeuwige leggen" (ibid, 6).   

In de parasja van deze week leren we over het aansteken van de Menora en het uitstallen van de toon­broden op de Sjoelchan [tafel]. Het is opmerkingswaardig dat de mitswa van het aansteken van de Menora dagelijks gebeurde, terwijl het uitstallen van de toonbroden wekelijks gebeurde. De Gemara zegt, dat als iemand wijs wil worden, hij met zijn gezicht naar het zuiden gericht moet staan tijdens het gebed, maar dat wie rijk wil worden, naar het noorden gericht moet staan. Het ezels­bruggetje om dit te ont­houden is dat de Menora in het Misjkan in het zuiden stond en de Sjoelchan in het noorden (Bava Batra 25b). De Menora is het symbool voor de wijsheid, namelijk de Tora-studie, terwijl de Sjoelchan het symbool is van rijk­dom. Men moet staan in de richting van het object dat het symbool is van dat wat men wil bereiken.
Wij zouden willen suggereren dat er hier een diepere betekenis schuilgaat. De Menora werd dagelijks aangestoken. Wanneer men wijsheid zoekt, moet men voor ogen houden dat succes alleen mogelijk is door dagelijks Tora te studeren. Om rijkdom te verwerven moet men zich echter op de Sjoelchan concen­treren. De Sjoelchan werd wekelijks opgesteld. Deze mitswa-cyclus was er een van langere termijn dan die van de Menora. Succes in rijkdom is in het algemeen  afhankelijk van langdurige investeringen. Wat nu weinig waarde heeft, kan in de toekomst grote waarde hebben. 

Over de Menora vertelt de Gemara dat daar iedere dag een wonder mee gebeurde. De meest wes­telijk ge­legen lamp werd dagelijks met dezelfde hoeveelheid olie gevuld als alle overige lampen. Al de andere lam­pen brandden tot de ochtend, maar alleen de westelijke lamp brandde tot de volgende avond. Chazal zeggen dat dit wonder ervan getuigde dat de G-ddelijke aanwezigheid op het Joodse Volk rustte (Shabbat 22).
Van de Toonbroden vertellen Chazal ook dat er een „groot wonder" mee gebeurde. Hoewel het brood een hele week op de tafel bleef liggen, was het na die week nog even vers en kwam de damp er nog vanaf. Wanneer het Joodse Volk driemaal per jaar naar het Beit HaMikdasj kwam, tilden de kohaniem de tafel op om de versheid van de toonbroden aan het volk te tonen. Zij zeiden dan: „Kijk hoe Hasjem van het Joodse Volk houdt" (Chagiga 26).

Wij merken op dat de Geleerden het wonder van de Menora een „getuigenis" noemde, maar dat zij ten aanzien van het wonder van de Toonbroden spraken over „liefde."  Getuigenis is gebaseerd op waarheid en feiten. Het wonder van de Menora getuigde van het feit dat Hasjems aanwezigheid op het Joodse volk rustte. Het wonder van de Toonbroden wordt beschreven als „liefde." Ware liefde kan alleen in de loop der tijd ge­test worden. Dit kan verklaren waarom de cyclus van het wonder van de Toonbroden langer duurde dan die van de Menora.
We mogen nu suggeren dat de twee wonderen elkaar aanvulden. Wij hebben niet iedere realiteit in het leven even lief en niet alles wat wij liefhebben is even reëel.  De twee wonderen samen vertegenwoor­digen de realiteit dat de aanwezigheid van Hasjem op het Joodse Volk rust, als een uitdrukking van Zijn grote liefde voor hen.

Tussen Pesach en Sjawoe'ot, hebben wij de mitswa om de Omer te tellen. Deze telling eindigt met Sjawoe'ot, het wekenfeest, toen het Joodse Volk de Tora in ontvangst nam op de Berg Sinaï. De telling van de Omer wordt gezien als een verlangen en een uitzien naar de dag dat wij Tora kregen. De mitzva is verdeeld in twee delen. Er is de mitswa om de dagen te tellen, en er is een mitswa om de weken te tel­len. Wij mogen misschien suggereren dat die twee delen van de mitswa  corresponderen met de twee ideeën die wij hierboven genoemd hebben. De telling van de dagen dient als een „getuigenis" van het feit dat Tora de essentie is van het Joodse volk. De telling van de weken drukt de liefde uit die wij voor Tora hebben. Beide elementen samen drukken het feit uit, dat de Tora de liefde en de realiteit is van het Joodse volk.

Bron: Joods Leven


 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2019 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.