 Copyrights wolf: Jodendom-online
Binnen het charedische (orthodoxe) Jodendom bestaat een belangrijk onderscheid tussen Hasjgacha Klalit en Hasjgacha Pratit. Hasjgacha Klalit is Hasjems algemene voorzienigheid, waarmee Hij Zijn schepping bestuurt door middel van de natuurwetten (Hanhaga). Hasjgacha Pratit is Zijn directe, persoonlijke voorzienigheid, waarbij het individuele leven en de gebeurtenissen daarin onder Zijn bijzondere leiding staan.
Bij Hasjgacha Klalit staat de schepping als geheel centraal. Hasjem houdt de wereld in stand en bestuurt het leven via de natuurlijke orde die Hij heeft ingesteld. Dieren worden geboren, zoeken voedsel, planten zich voort en sterven. Planten groeien en vergaan. Ook het bestaan van een wolf, zijn leefgebied, zijn prooidieren en de gevaren die hij tegenkomt, maken deel uit van deze algemene voorzienigheid (karma). Volgens deze klassieke opvatting betekent dit niet dat Hasjem Zich persoonlijk met het lot van ieder afzonderlijk dier bezighoudt. Wel blijft alles wat in de natuur gebeurt uiteindelijk onder Zijn gezag.
Binnen de traditionele Joodse opvattingen wordt deze persoonlijke voorzienigheid vooral verbonden met het geestelijke leven en de verbondenheid van de mens met Hasjem. Andere mensen, dieren en planten vallen in beginsel onder de algemene voorzienigheid, waarbij ook mazal (karma), de natuurlijke en hemelse ordening (wederom: hanhaga), een rol speelt.
Volgens traditionele opvatting geldt de algemene voorzienigheid ook voor mensen die Hasjem niet zoeken, zowel Joden als niet-Joden, en wier leven voornamelijk onder invloed van mazal, de natuurlijke en hemelse ordening, staat. Wie daarentegen bewust met Hasjem verbonden leeft, kan onder Zijn persoonlijke voorzienigheid, Hasjgacha Pratit, vallen, waarbij ook gebeurtenissen die ogenschijnlijk toevallig plaatsvinden een diepere betekenis kunnen hebben.
Een bijzonder belangrijk uitgangspunt vinden we in de traditionele leer over goddelijke voorzienigheid, waarmee ook Rabbenu Bachya ben Asher, een grote Joodse geleerde, wordt verbonden. In het boek Hashgachah Pratis, pagina 40 die deze rav citeert, lezen we: When an animal, plant, or any created entity is owned by a person, or directly impacts the life of a human being, the animal, plant, or created entity may experience specific individual divine providence.” Met andere woorden: Hasjgacha Patrit.
Vertaald:
Wanneer een dier, plant of enig ander geschapen wezen eigendom is van een persoon, of rechtstreeks invloed heeft op het leven van een mens, kan dat dier, die plant of dat wezen onder specifieke, individuele goddelijke voorzienigheid vallen. De betekenis hiervan is bijzonder verstrekkend. Het gaat namelijk niet uitsluitend om huisdieren, vee of planten die iemand bezit. De woorden “or directly impacts the life of a human being” maken duidelijk dat ook een wild dier onder persoonlijke goddelijke voorzienigheid kan vallen wanneer zijn bestaan of lot rechtstreeks invloed heeft op iemands leven.
In dezelfde traditionele uitleg wordt beschreven dat een dier zelfs van een bepaalde dood gered kan worden vanwege de persoonlijke goddelijke voorzienigheid die verbonden is met een mens. Het dier wordt dan niet uitsluitend om zichzelf beschermd, maar vanwege zijn betekenis voor die persoon.
Wat betekent dit voor de wolven in Nederland?
Er bestaat een wolvenbelangenstichting die wordt geleid door orthodoxe Joden. De bescherming van de Nederlandse wolven is voor hen geen vrijblijvende bezigheid, maar een wezenlijk onderdeel van hun dagelijks spirituele leven. Zij zetten zich in voor het behoud van deze dieren, hun leefgebieden en hun bescherming tegen menselijk ingrijpen. Hun drijfveer is van roechnisje (spirituele) aard en volledig gebaseerd op de G'ddelijke Torah.
Vanuit de aangehaalde leer kan worden betoogd dat niet alleen de huisdieren en planten van deze Joodse beschermers onder hun persoonlijke Hasjgacha Pratit kunnen vallen, maar ook de wilde wolven voor wie zij zich inzetten.
Het doorslaggevende uitgangspunt is niet het bezit van het dier, maar de rechtstreekse invloed die zijn leven en lot op de betrokken mens hebben. Daarom beschouwt de orthodox-Joodse leiding van deze stichting de Nederlandse wolven, vanuit haar geloofsovertuiging, als verbonden met Hasjems persoonlijke voorzienigheid.
Vanuit deze geloofsovertuiging raakt ook het handelen van politieke partijen, zoals de SGP, aan Hasjems Hasjgacha Pratit wanneer zij pleiten voor het bejagen of doden van wolven. De SGP beroept zich op Bijbelse (Torah is de bron van de Bijbel) beginselen, terwijl vanuit de Torah het doden van wilde dieren uitsluitend om hun aantallen te reguleren, zonder daadwerkelijke noodzaak, volgens de Torah ronduit verboden is. Het leven van een wolf mag niet zomaar worden beëindigd omdat de mens zijn aanwezigheid onwenselijk vindt. Ook de wolf is immers onderdeel van Hasjems schepping. Wie ingrijpende maatregelen tegen wolven nastreeft zonder eerst zorgvuldig te onderzoeken of bescherming, preventie en andere minder ingrijpende maatregelen volstaan, handelt bovendien op gespannen voet met de beschermingsgedachte achter de Habitatrichtlijn.
Maar er speelt vanuit Joods-religieus oogpunt nog iets anders. Wanneer de SGP zich beroept op de Bijbel, maar daarbij voorbijgaat aan de verplichtingen tegenover dieren die hun oorsprong vinden in de Torah, ontstaat niet alleen een morele tegenstrijdigheid, maar ook een mogelijke botsing met de wil van Hasjem Zelf. Wat men zich wellicht onvoldoende realiseert, is dat ook degenen die het vervolgen of doden van wolven bepleiten, daarmee volgens deze geloofsovertuiging betrokken raken bij Zijn persoonlijke voorzienigheid. Hun woorden, besluiten en daden staan niet buiten Zijn oordeel.
Dat geldt evenzeer voor veehouders, veel al christenen, die het illegaal doden van wolven aanmoedigen, ondersteunen of zelf uitvoeren. Vanuit de Torah kan niemand ervan uitgaan dat zijn handelen zonder gevolgen blijft. Wie bewust onrecht pleegt tegenover Hasjems schepping, kan zich niet vanzelfsprekend aan G'ds gramschap onttrekken. Ook de bejubeling over beheer van de wolf door de SGP niet.
Voor de Joodse beschermers staat ook dit handelen niet los van Hasjems persoonlijke voorzienigheid, omdat het rechtstreeks raakt aan de dieren voor wie zij zich verantwoordelijk voelen.
Daarom ook aan de SGP deze woorden: En G’d schiep de wolf. G’d maakt geen fouten.
En de dood van Bram? Ook de dood van Bram, de wolf van de Utrechtse Heuvelrug die op 1 december 2025 illegaal werd doodgeschoten, kan vanuit deze gedachte worden beschouwd als onderdeel van Hasjgacha Pratit. Hoe onbegrijpelijk ook. Ook deze jagers die hem illegaal hebben doodgeschoten ontkomen vroeg of laat de gramschap van G'd niet, omdat zij buiten de vergunning de wolf hebben gedood.
Dat betekent nadrukkelijk niet dat een wolf onder persoonlijke goddelijke voorzienigheid nooit kan sterven. Hasjgacha Pratit is geen garantie tegen lijden, vervolging of de dood. Het betekent dat ook zulke gebeurtenissen een diepere goddelijke betekenis kunnen hebben, die rechtstreeks verbonden kan zijn met het leven van deze Joodse beschermers, zonder dat zij die betekenis noodzakelijk kunnen doorgronden.
Vanuit deze orthodox-Joodse geloofsovertuiging staat het lot van de Nederlandse wolven dan ook niet los van Hasjems persoonlijke voorzienigheid over degenen die hun leven aan de bescherming van deze dieren wijden.
Lees ook: Wolven en het einde der tijden
|