13 Kislew 5781 | 29 November 2020
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     Israël     Media     Publicisten     
3. Hoe het kwaad tot stand kwam
Publicatiedatum: Wednesday 24 May 2017 Auteur: de redactie | 2.345 keer gelezen
Engelen en demonen, Redactie, Mosjiach [Messias], Einde der Tijden, Ziel, gilgoel [reïncarnatie] en geweten, Goed en Kwaad, Hasjkove volgens de RaMCHaL , Leer van Rav Eliyahu Dessler »

3.1 Kwaad is door G’d niet gemaakt [jotser], maar gecreëerd [bara’]
We begonnen dit hoofdstuk met een klein stukje Midrash waarin Hasjem zegt “Schaaf beetje bij beetje weg tot de tijd is gekomen dat Ik het van de wereld zal verwijderen” [Midrash Yalkut Shimoni]. De Midrash gaat verder met de woorden: “Zo is het ook wat G’d tegen Jisael zei: ‘Mijn kinderen, de kwade neiging is een groot struikelblok. Schaaf het beetje bij beetje weg en aan het eind zal Ik het van de wereld verwijderen”. Ieder persoon heeft hierin een eigen specifieke taak om een specifiek deel van het kwaad weg te schaven van deze wereld. Dit kan alleen bereikt worden door het kwaad bij jezelf weg te schaven [door middel van moessar/ethiek]. Het resultaat is van je eigen stukje kwaad weg schaven is dat er een parallelle verbetering optreedt in de hele schepping.

Het woord 'creëert' betekent totaal iets nieuws in het brengen, terwijl het woord 'formeert' iets wat al bestaat voorstelt. De pasoek in Jesjajahoe 45:7 zegt: “Ik ben Degene Die het licht formeert… en het kwaad creëert”. De pasoek vertelt dat licht geformeerd heeft, wat een product is van Hasjem’s oneindige licht van goedheid is. En het kwaad creëren, is dus een volledig nieuw fenomeen wat geen aansluiting op voorheen had. Aangezien de schepping van kwaad aantoont dat niets voorbij Hasjem’s vermogen gaat, eindigt de pasoek in Jesjajahoe met: “Ik ben G’d Die al deze dingen doet.” Toen Hasjem kwaad in het bestaan bracht, deed Hij op zo’n manier dat het uiteindelijk vernietigd zal worden, zoals de Chazal zeggen: “Schaaf beetje bij beetje weg tot de tijd is gekomen dat Ik het van de wereld zal verwijderen”. Verder heeft Hij, zoals we in de uitleg van de twee fasen van de schepping ook hebben kunnen zien, dat het kwaad met een begrenzing is geschapen. En dit alleen maar om de rechtvaardigen te dienen [hoe zullen we later uitgebreider op terug komen].

Nu het een beetje duidelijker is hoe het kwaad in deze wereld is gekomen, komen we nu op de vraag hoe het kwaad in entiteiten voorgebracht wordt. Nu zou je misschien denken dat als het goed voortgebracht wordt door een emanatie van het goede en dan zou wat kwaad is worden voortgebracht door een emanatie van het kwaad. Dit is niet waar, want dat zou impliceren dat het kwaad ook uit Hasjem verschijnt. Er staat heel duidelijk dat het kwaad is gecreëerd. Er staat niet dat Hij kwaad heeft gemaakt. Hoewel G’d het kwaad in het bestaan heeft gebracht [anders zou het nooit hebben bestaan], heeft Hij het kwaad niet door middel van een positieve handeling [positieve handeling is iets doen; negatieve handeling is het laten van iets] gemaakt. Zoals geleerd, het concept van het kwaad kwam in het bestaan door Zijn afwezigheid [negatief].

Dus; het woord ‘maken, formeren’ suggereert naar een directe handeling door G’d en het woord ‘creëren’ betekent dat Hij iets op een indirecte wijze in het bestaan brengt. Dawied Hamelech geeft een aantal voorbeelden in Tehilliem 30:8, 104:29 en de Tora in Dwariem/Deut. 31:17. “G’d, wanneer het Jouw wil is, Jij brengt mijn grootheid in stand, wanneer Jij Jou Aanwezigheid verbergt, was ik verward...” … “Wanneer Jij Jouw Aanwezigheid verbergt, raken zij verward...” … “Ik zal Mijn Aanwezigheid voor hen verbergen, en zij zullen verteerd worden [en talloze soorten van kwaad en lijden zal op hen komen]...”.

Zoals we dus zien is het niet correct om te stellen dat goed en kwaad twee aparte G’ddelijke emanaties zijn. De ene komt voort uit een G’ddelijke emanatie en de ander komt voort door de afwezigheid van deze G’ddelijke emanatie. Zij het gedeeltelijk, zij het geheel. Concluderend kunnen we zien dat het kwaad wordt gemaakt op een geleidelijke manier. Eerst heb je een emanatie van het goede. In een volgende stap wordt deze uitstraling volledig of gedeeltelijk verwijderd. Deze afwezigheid of beschadiging van de positieve creatieve kracht brengt het bestaan van het kwaad voort. Het kwaad bestaat dan ook niet rechtstreeks door een emanatie, maar indirect door de verwijdering ervan. Alle vormen van het kwaad worden uitsluitend veroorzaakt door de ontkenning/afwezigheid van het goede zelf. Als we alle verschillende soorten van het goede die er bestaat zouden nemen en zouden omschrijven wat ze zijn en om vervolgens alle verschillende soorten van het kwaad nemen en omschrijven wat zij zijn, dan zouden we zien dat allerlei kwaad slechts ontkenningen zijn van de overeenkomstige soorten van het goede.
Deze concepten hebben we al in meer detail toegelicht.

Het is een belangrijk om dit principe – om het ontstaan van het kwaad – te begrijpen. Het kwaad komt niet zo maar in het bestaan doordat Hasjem Zich tot op zekere hoogte simpelweg verbergt. De verborgenheid creëert onvolmaaktheid en deficiëntie, maar niet het werkelijke kwaad. Pas na een lange reeks van verhullingen , is het gevolg van het ontstaan van het kwaad in entiteiten. Want dan is Hasjem [bijna] volledig gehuld.terug

«      1   |   2   |   3   |   4   |   5      »      
Pagina index:
Copyright © 2017 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2020 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.