14 Kislew 5781 | 30 November 2020
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     Israël     Media     Publicisten     
3. Hoe het kwaad tot stand kwam
Publicatiedatum: Wednesday 24 May 2017 Auteur: de redactie | 2.345 keer gelezen
Engelen en demonen, Redactie, Mosjiach [Messias], Einde der Tijden, Ziel, gilgoel [reïncarnatie] en geweten, Goed en Kwaad, Hasjkove volgens de RaMCHaL , Leer van Rav Eliyahu Dessler »

3.2 De grenzen waar binnen het kwaad kan acteren
Maar dan vragen we ons af wanneer de bronnen van het kwaad zijn ontstaan door de verwijdering van de positieve Kracht en hoe het mogelijk is dat er werkelijke kwade schepsels of kwaad in schepsels bestaat. Je zou dan dus denken dat het tastbare kwaad [het gematerialiseerde kwaad] in deze wereld tot stand heeft moeten komen via een directe emanatie, straling dus, en niet alleen door Zijn afwezigheid.

Toen alle bronnen van de schepping op zijn plaats werden gezet, maakte G’d een emanatie [nogmaals, een straling] van puur goedheid. Echter sommige elementen van deze straling werden verwijderd waardoor het resultaat is dat er een mogelijkheid is ontstaan van vernietiging en kwaad [de eerste tsimtsoem; terugtrekking]. Een tweede staling deelde deze mengelmoes van goed en kwaad en creëerde een model voor daadwerkelijke bestaan [tweede tsimtsoem].

Toen deze voorbereidingen klaar waren, gebruikte Hasjem dit model van emanaties en bracht hen in daadwerkelijk bestaan [vanuit onze perspectief natuurlijk]. We moeten van één ding goed doordrongen zijn. Voordat het werkelijke bestaan van deze wereld tot stand kwam, bereidde Hasjem een oneindig complex systeem – de hanhaĝah- van emanaties voor. Dankzij dit systeem is het überhaupt mogelijk te leven zoals wij doen. Voorbeeld. Als Hasjem in die oneindig complex systeem niet het concept van Android had bedacht, zouden wij niet eens de Android kunnen uitvinden. Als Hasjem in die oneindig complex systeem niet het concept van een koffie kopje had bedacht, dronken wij geen koffie uit een koffie kopje. Als Hasjem in dat oneindig complex systeem niet het concept van zeep had bedacht, hadden we niets kunnen uitvinden om ons mee schoon te maken. Hasjem heeft alles in concepten geschapen wat wij zelf maar kunnen uitvinden. Alle ideeën van de mensheid komen voort uit de voorafgaande geschapen concepten van Hasjem. Alle gedachten, maar ook het concept ‘bestaan’. Dus dat Hasjem bestaan ís en wij bestaan hèbben is een nivra, een geschapen concept. Zijn [geschapen!] ‘uiterlijk’ ís ‘Bestaan’ en wel de ‘Ejn Sof. Hij heeft deze nivra bedacht zodat wij Hem in de beria kunnen herkennen en leren te begrijpen dat wij werkelijk ‘zero’ – efes – zijn. Dus alles, werkelijk alles, wat ooit zou bestaan in deze wereld komt uit dit oneindig ingewikkeld systeem. Alleen toen al deze voorbereidingen klaar waren, creëerde Hasjem het werkelijke bestaan zoals wij dat beleven. Dit bestaan zoals wij dat beleven komt voort uit dit oneindig ingewikkeld systeem van emanaties [hanhaĝah] en door dit systeem worden wij geleid naar de uiteindelijke perfectie. Wij gaan dit systeem nader bekijken.

We hebben dus geleerd dat Hasjem eerst een emanatie van Zijn goedheid heeft voortgebracht. Vervolgens werd deze beperkt en deels verwijderd. Hierdoor ontstond een mogelijkheid voor [het bestaan van] het kwaad en vernietiging. In de tweede fase heeft Hasjem de draagwijdte van het kwaad begrensd zodat de wereld in staat is te bestaan. Aan het einde van de loop van de geschiedenis – in feite over iets meer dan twaalf jaar – zal Hij al het kwaad van de wereld verwijderen en alles perfect maken. Al deze veranderingen worden veroorzaakt door Zijn controle over de balans tussen Zijn attribuut van verhulling en Zijn attribuut van openbaring. Bijvoorbeeld. Toen Hij de eerste emanatie van goedheid verminderde, deed Hij dit door het verbergen van Zijn aanwezigheid. En toen Hij de invloed van de krachten van het kwaad beperkte, Hij deed dit door het gedeeltelijk Zijn aanwezigheid weer te onthullen. Dit zal worden toegelicht.

Er is nog een principe binnen dit concept die we moeten weten. Een geschapen entiteit die perfectie mist, betekent niet dat het werkelijk [een personificatie of dergelijke] kwaad is. We leerden al eerder dat het kwaad niet tot stand kwam door enkel een mate van verhulling van Hasjem’s Aanwezigheid. Verhulling veroorzaakt imperfectie en gebreken, maar niet het werkelijke kwaad. Echter na een lange reeks van verhullingen, wanneer Hasjem’s Aanwezigheid volledig verhuld wordt, komt het kwaad zelf in het bestaan. Realiseer je goed dat zelfs de engelen een zekere vorm van gebrek aan perfectie hebben. Zij zijn niet volledig perfect, omdat Hasjem Alleen volledig perfect is. Daarnaast bestaan er verschillende niveaus onder hen en ieder lager niveau is minder perfect dan het voorgaande niveau. Ondanks dat is hun imperfectie niet groot genoeg om het kwaad onder hen te laten bestaan. Zij kennen daarom ook geen haat of jaloezie. Zo heeft de jetser hara’ – de Satan – geen invloed op hen. Zij kennen geen moeheid, slaap of ziekten en dood.
De mensen leven op een lager niveau dan de engelen en zijn daardoor meer imperfect. Hun imperfectie is zo veelomvattend, waardoor het kwaad wel in hen kan ontstaan door middel van de jetser hara’ en zij ook onderhevig zijn aan ziekten en dood. De dieren leven weer op een lager niveau dan de mensen.
De sjediem – demonen, masjchitiem – vernietigende engelen, en onreine geesten zijn volledig kwaad en een complete tegenovergestelde van goedheid en perfectie. Hasjem verbergt Zijn Aanwezigheid volledig aan hen. Precies zoals de Chazal zeggen: “G’d associeert Zijn Naam niet met alles was kwaad is...” [Bereshiet Rabbah 3:6; Midrash Tanchuma, Tazria 9 en verder].

Hoe ontstaan die kwade entiteiten zoals sjediem, masjchitiem en onreine geesten?

Hasjem creëerde het kwaad door een tijdelijke terugtrekking van Zijn G’ddelijke emanatie, straling en Zijn verhulling van Zijn aanwezigheid. Maar om deze entiteiten echt in ‘het bestaan’ te laten brengen, gebruikte Hij een werkelijke emanatie van het kwaad [dus geen emanatie van Hemzelf!] dat al tot stand is gekomen dóór Zijn verhulling. Ook hier werden deze destructieve wezens gecreëerd door deze werkelijke emanatie van het kwaad [die tot stand kwam als gevolg van Zijn terugtrekking en vermindering van Zijn emanatie] die zelf in ‘het bestaan’ kwam door de verhulling van Zijn aanwezigheid.

In G’ds simpele en ondeelbare essentie, kunnen geen concepten van dimensie en maatsystemen bestaan. Toen Hij besloot de wereld te scheppen naar een reeks van geleidelijk afnemende niveaus, gaf Hij alle bestaande dingen hun eigen afmetingen en rangschikte die onder elkaar. Dit van begin tot eind [voorbeeld: wereld van Assiah is het meest imperfect, wereld van Jetsirah daar boven is de imperfectie minder, enzovoorts]. Op ieder niveau, heeft Hasjem precies gemeten hoeveel onvolmaaktheid en hoeveel van de oorspronkelijke goedheid en perfectie in stand moet blijven. Het evenwicht van perfectie en imperfectie die op ieder niveau zijn uitgemeten, dicteert alles wat op dat niveau is geschapen. Zo ook de [natuur]wetten en eigenschappen. Zo slaat de balans op hogere niveaus meer richting perfectie waardoor de entiteiten die daar leven meer verfijnd en verheven zijn. Zo is het rijk van de engelen perfecter dan hier omdat het niet nodig is om het werkelijke kwaad onder hen te laten bestaan. Het rijk van de mensen heeft meer beperkingen en onvolmaaktheden omdat het noodzakelijk is voor de mensen het kwaad onder en in hen te laten bestaan. Alleen op die manier kunnen zij hun doel kunnen bereiken om deze wereld naar een perfecte staat toe te werken.

Zoals eerder geleerd, is onvolmaaktheid niet het kwaad zelf. We leerden dat een later stadium van imperfectie ware kwaad in het bestaan brengt. Daarom moet het lichaam onvolmaakt zijn, omdat het gemaakt is met het attribuut van de verhulling. Maar dat betekent niet dat het [direct] kwaad bevat [want ook Adam Harisjon is in die verborgenheid geschapen en in hem zat voor de chet – zonde – nog geen kwaad]. Toen Hasjem had besloten dat het kwaad in het bestaan moest komen, wat een absolute tegenstelling is van Zijn perfectie, verborg Hij Zijn aanwezigheid naar een uiteindelijke denkbare omvang. Deze totale verhulling, zonder enig element van Zijn openbaring dan ook, bracht werkelijke verwoesting over het bestaan en creëerde de vernietigende krachten.

De totale verhulling van Hasjem’s aanwezigheid was alleen noodzakelijk om kwaad in het bestaan te brengen. Toen het nu eenmaal bestond, maakte Hasjem wederom gebruik van een combinatie van de attributen van verhulling en openbaring. Samen gebruikte Hij deze om de schepping te besturen. Deze totale verhulling van G'ds aanwezigheid, die nodig was om het kwaad tot stand te brengen, duurde overigens slechts 'een momentje'.

In de eerste fase creëerde Hasjem kwaad, wat het tegenovergestelde is van Zijn inherente perfectie is. Nu in deze tweede fase begint Hij de wereld te repareren en te perfectioneren door de verhulling te verwijderen en het licht van Zijn Aanwezigheid te onthullen. Dit is in lijn van Zijn inherente attribuut van perfectie. Dit alles vond plaats op een voorbereidend niveau voordat de tastbare wereld werkelijk tot stand is gekomen. G’d herstelde de schade van de eerste fase niet volledig, omdat de mens dit moet afmaken naar mate van zijn persoonlijke potentie. Aan het einde zal Hasjem een krachtige onthulling van Zijn licht van Zijn Aanwezigheid doen laten plaats vinden en Hij zal alle destructie van de algemene samenstelling van de natuur verwijderen. Het resultaat zal zijn dat alle bestaande entiteiten perfectioneert zullen worden en in staat zullen zijn om voor altijd te bestaan.

Hoe werkt het bestaan van het kwaad in het systeem, de hanhaĝah, die Olam Hazeh dicteert van zijn huidige staat van de G'ddelijke hester naar zijn perfecte staat van G'ds openbaring?

terug

«      1   |   2   |   3   |   4   |   5      »      
Pagina index:
Copyright © 2017 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2020 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.