8 Tammoez 5781 | 18 juni 2021
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
De genetische schaar: Mogen wij het DNA van embryo's aanpassen?
Publicatiedatum: woensdag 12 mei 2021 Auteur: Opeerabbijn Evers | 157 keer gelezen
Opperrabbijn R. Evers, Wetenschap »
Onlangs kregen Emmanuelle Charpentier uit Frankrijk en Jennifer Doudna uit Amerika de Nobelprijs uitgereikt. Ze hadden de zogenaamde CRISPR-Cas9-techniek ontwikkeld. Deze techniek heeft als bijnaam de ‘genetische schaar’ gekregen omdat men daarmee in het genoom kan knippen en zo bijvoorbeeld erfelijke aandoeningen kan verhelpen.

Ik krijg de laatste tijd vanuit de gemeente veel vragen over deze nieuwe genbewerkingstechniek. Deze maakt het mogelijk om het DNA van embryo’s aan te passen. Dit brengt veel ethische, filosofische en religieuze vragen met zich mee. Hoe kijkt het Jodendom hier tegenaan?

Het is een plicht uit de Tora om te genezen. Onder genezen verstaan wij ook preventief genezen. Ik doel hiermee op het genetisch bewerken van embryo-DNA wanneer een embryo erfelijk belast is met een ziekte. In het Jodendom is lang leven, en in goede gezondheid leven, uitermate belangrijk. Dus: wanneer genetische manipulatie veilig kan, dan mag je het doen. En wanneer het om je eigen of andermans gezondheid gaat, is mijn stelling: dan moet je het doen! Het wordt een mitswa (gebod) van genezing. Wat mooiers kan je doen dan iemand zijn gezondheid teruggeven?

Gentherapie kan worden beschouwd als een vorm van microchirurgie. Het is zeker onderdeel van de verplichting om te genezen. Maar wanneer genetische manipulatie gebruikt wordt om eigenschappen als lichaamslengte of kleur van de ogen te beïnvloeden, dan zou het Jodendom daar niet zo voor zijn. Om te genezen is echter veel toegestaan.

Ik bezocht veel medisch ethische congressen, waar medici en rabbijnen samen komen om dit soort vragen te beantwoorden. Ik zet enkele van de vele vragen en antwoorden, die ik in de loop der tijd geformuleerd heb, op een rijtje.

Staat het Joodse geloof open voor nieuwe technieken om genen mee te bewerken?
Hier spelen twee vragen: is de nieuwe methode niet in strijd met een verbod uit de Tora?
Het tweede wat in het Jodendom telt is de vraag: is het goed voor de mens? Met andere woorden, leeft iemand langer en leeft iemand gezonder door een behandeling? Kun je iemand genezen, met zo min mogelijk risico’s? Als een techniek goed werkt, ben je verplicht het te proberen. Tenzij een techniek in strijd is met de voorschriften uit de Tora. Iedere nieuwe behandelmethode moet getoetst worden aan de concrete Bijbelse ge- en verboden, zoals abortus.

Wat vindt het Jodendom van het aanpassen van embryo DNA om ziektes te voorkomen?
Het Jodendom volgt de moderne medische wetenschap. Het gaat erom hoeveel risico’s er nu aan de techniek kleven en wat de afweging is tussen de voor- en de nadelen. Bij een te groot risico moet je het niet doen.

Maar er geldt niet alleen wat de Joodse wet zegt, het ligt er natuurlijk ook aan wat patiënt wil. Wanneer een experimenteel medicijn iemands laatste redmiddel is, is een behandeling (onder voorwaarden) toegestaan. Net als bij een risicovolle operatie: als het mislukt ben je dood, maar als het goed gaat leef je nog 20 jaar.

Maar wanneer ouders besluiten het DNA van hun toekomstige kind te bewerken, maken ze ook een keus voor het nageslacht van dat kind.

Preventief genezen is ook genezen. Dus als die keus gaat om het behoud van het leven of de kwaliteit van leven dan is het toegestaan beslissingen te maken voor je nageslacht. Het is niet alleen toegestaan. Je moet de beste beslissing voor je nageslacht maken. Het is een mitswa (gebod).

Hoe kunnen ouders dan met de keus omgaan of ze het DNA van een embryo moeten aanpassen?
Je moet kijken naar de medische wetenschap op dit moment. Daar moet je je door laten leiden. Het gaat om het behoud van leven: dus vergroot je de overlevingskansen van je kind of niet? Het gaat om de kans. Elke operatie, behandeling of medicijn heeft weer bijwerkingen. Dus er is altijd een afweging: wat is voordeel en wat is het nadeel?”

En wat vindt het Jodendom van het aanpassen van het DNA van een embryo om een kind te verbeteren?
Er is een verschil tussen genezing en bestelling. Wanneer een eigenschap een overlevingsfunctie heeft, kan en moet het vanuit joods perspectief. Maar wanneer het geen overlevingsfunctie heeft is het niet zonder meer oké. Wanneer mensen een kind bestellen met zes vingers, zodat het een pianovirtuoos wordt, vind ik dat zeer onwenselijk.

Je mag genetische manipulatie ook niet misbruiken. Je mag bijvoorbeeld niet de gewetensfunctie van een kind weghalen zodat je een menselijke robot creëert die gewetenloos kan moorden. Dat lijkt me zo klaar als een klontje.

Onder Ashkenazische joden komen een aantal ziektes vaak voor. Taaislijmziekte en Tay Sachs bijvoorbeeld. Jonge stellen worden geadviseerd om, voordat ze gaan trouwen, te laten uitzoeken of ze genetisch een goede match zijn. Hoe gaat dat?

Kinderen krijgen is heel belangrijk. Het gaat om de voortzetting van het leven. Stellen kunnen, voordat ze gaan trouwen, bloed laten checken op een aantal ziekten. Iedereen krijgt een nummer, en een computer zegt dan: jullie zijn een goede match of niet. Stellen hebben dan de vrije keus om wel of niet met elkaar te trouwen. Het testen van DNA wordt helemaal anoniem gedaan en er wordt niet gezegd wat de reden is wanneer een match niet goed uitpakt. Anders zou de hele familie een stigma krijgen.

Om meer te weten over de veiligheid van genbewerkingstechnieken, is het nodig om onderzoek te doen op menselijke embryo’s. Wat vindt het Jodendom daarvan?
Zoiets heeft een negatieve bijsmaak door de Schoa (Holocaust). Maar -met in achtneming van mitsen en maren- zijn er toch veel dingen toegestaan om ziektes te voorkomen en genezen. Embryo’s mogen niet speciaal voor wetenschappelijk onderzoek gecreëerd worden bijvoorbeeld. Maar als ze dan toch eenmaal op de wereld zijn, als ze overblijven bij een ivf-behandeling, dan zijn er meer dingen toegestaan. Die embryo’s zitten nog niet in de baarmoeder en hebben nog geen menselijke vorm. Beschermwaardigheid begint volgens de joodse wet eigenlijk pas werkelijk in de baarmoeder.

Hoe kijkt het Jodendom in het algemeen naar nieuwe technologieën?
Wij houden veel leerbijeenkomsten: We studeren dan samen met jonge en oude mensen. We stellen elkaar de vraag: is deze vorm van ingrijpen goed voor de mensen? Welke doelen moeten we afkeuren? Gaan we op G’ds troon zitten? Mogen we ingrijpen bij mensen, die nog geen goed gefundeerde mening kunnen formuleren?”

En ga je met embryo-DNA aanpassingen niet op G’ds troon zitten?
“Wij menen dat G’d zelf van zijn troon is afgestapt en de mens in het boek Exodus heeft opgedragen om genezend in te grijpen. G’d wil dat mensen zich goed ontwikkelen. Dus dat doen we. En daarbij mogen we de natuur en moderne techniek gebruiken voor goede doeleinden. G’d wil menselijke progressie. We hebben aan G’d geen vijand die bang zou zijn dat mensen hem overtreffen. Dat is anders dan in de Griekse mythologie, waarin Prometheus het vuur steelt van de goden. Die Griekse goden werden toen bang dat de mensen machtiger zouden worden dan henzelf. Dus Prometheus werd zwaar gemarteld voor zijn daad.

G’d wil echter dat de mensheid vooruit komt. Hij gaf de eerste mens Adam het element vuur en leerde hem daarmee omgaan. Hetzelfde geldt voor medische kennis. G’d gebiedt ons die te gebruiken om te helen en te helpen. Mens sana in corpore sane...een gezond mens in een gezond lichaam kan G’d beter dienen.



Copyright © 2021 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2021 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.