5 Tewet 5782 | 09 december 2021
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     Israël     Media     Publicisten     
De Masjiach in de Talmoed
Publicatiedatum: woensdag 14 februari 2007 Auteur: David Mendelsohn | 4.989 keer gelezen
Talmoed Tora, Mosjiach [Messias] »
De Malbiem benadrukt dat zaken verborgen zullen zijn TOTAAN de tijd van de Masjiach, de eindtijd. Hij legt ook uit dat de engel aan Daniel vroeg om de woorden uit het boek te verhullen vanwege het feit dat de verlossing nog zo ver weg was. Hij voegt toe dat, naarmate we de betreffende tijd steeds dichter naderen, we steeds beter zicht op de datum van de verlossing krijgen. Zijn commentaar zit helemaal op de lijn van Kise HaMelech op Tikkoenej Zohar 21:4. En uit zijn woorden blijkt dat volgens hem de Masjiach nog niet is gekomen. Dat zegt overigens niet alleen de Malbiem, maar eveneens ALLE andere commentatoren die ik op deze pagina's zie staan.

Ik respecteer ieders geloof, maar indien niet kan worden aangetoond door  vele missionarissen uit de buitenwereld dat de toekomstige Bouwer van de Laatste Tempel, de Gezalfde die verschijnt in het Tijdperk waarin alle Joden zich in Israël hebben verzameld, die leeft in de periode dat er nooit meer oorlogen zullen zijn, al voor het jaar 70 aan zijn Messiaanse missie zou beginnen, bestaat er voor mij persoonlijk geen enkele reden om het aan te nemen. Ondertussen sluit ik niemands interpretatie uit. Echter, voor mij persoonlijk zijn bovenstaande criteria onontbeerlijk.

Zowel TeNaCH als de Talmoed spreekt dikwijls over de Masjiach als de christenen over de Messias. Helaas worden teksten te vaak en ongecontroleerd op de Christelijke Messias gespiegeld of andersom. Zij passen de profetieën niet op hem toe.

Als voorbeeld nemen wij de profetie die Christenen dikwijls toepassen dat uit Micah 5:1: 'Maar jij,Betlehem Efrata, te gering om te zijn bij de duizenden van Juda, uit jou zal er een voor mij voortkomen om heerser te zijn in Israël; zijn herkomst is uit de voortijd, uit de dagen van eeuwig!' Er staat "we attah Bejt Lechem Efratah" en niet "we at Bejt Lechem Efratah." Een stad [‘ier] is altijd vrouwelijk, TENZIJ naar de inwoners wordt verwezen. Als naar de inwoners wordt verwezen MAG het mannelijke naamwoorden krijgen. Er wordt dus niet verwezen naar een stad, maar misschien naar de inwoners van de stad OF naar het Huis van Lechem (want "Bejt" is een mannelijk woord). Of, veel waarschijnlijker, naar "Jij (mannelijk) van BejtLechem (de stad)." Vergelijk het met Rosj haMemsjalah (hoofd van de regering). In alle gevallen betekent dit, dat er NIET staat dat de Masjiach in Bejtlechem wordt geboren, maar alleen dat de Masjiach wordt geboren uit het geslacht van David, die uit Bejtlechem afkomstig was. Er hoeft niet persé in de profetie geschreven staat dat de Masjiach in Bejtlechem geboren wordt. Echter wij sluiten dit natuurlijk niet uit dat de Masjiach in Bejtlechem geboren KAN worden.
In dit kader over deze profetie: Het orthodox Jodendom wordt door Messiaans Jodendom vaak beschuldigd van eenzijdige normatieve Masjiachbeeld dat naar buiten gepropageerd wordt om missionarissen de mond te snoeren. Ik ben het niet met deze suggestie over het Orthodoxe Jodendom eens. Men doet dikwijls iets vergelijkbaars wanneer zij Midrasj Echa Rabba en de J'roesjalmi B'rachot 2:4 aanhalen: men haalt een paar zinnetjes uit een stuk tekst en past deze uit hun verband toe. Rabbi Avihoe beweert niet dat de Masjiach in Bejtlechem werd geboren, maar dat een niet-Jood dit tegen een Jood zei. Dit is wat er (samengevat) staat beschreven:

Een Arabier meent aan de hand van het loeien van een os te kunnen horen dat de Masjiach vlak na de vernietiging van de Tempel aan zijn Messiaanse missie zou beginnen. De Arabier meent uit het loeien van de os eveneens nog te kunnen afleiden dat het een jongetje, genaamd Menachem betreft, die de zoon is van een man met de naam Hezekiah. Hij vertelt dit aan een Joodse ploegende boer, de eigenaar van de os. De Joodse boer wil dit eens onderzoeken en gaat op weg als een speelgoedverkoper om met het jongetje in contact te komen. Het tafereel speelt zich af na de vernietiging van de Tempel in het jaar 70. Maar voordat het jongetje ook maar iets had kunnen verrichten, blijkt dat het kleine ventje is weggeblazen door een wind, waarna niemand iets meer van hem verneemt.
Bovendien, deze midrash uit Echa Rabbah en die uit de J'roesjalmie verschillen ietwat.
Het enige detail dat je uit deze midrasjiem hebt gehaald, is dat het tafereel zich afspeelde in Bejtlechem (de stad van Koning David), na de vernietiging van de Tweede Tempel.

Bij de afsluiting vraagt deze midrasj zich letterlijk af waarom we van een Arabier (die meent aan de hand van het loeien van een os te kunnen horen dat de Masjiach vlak na de vernietiging van de Tempel zou worden geboren onder de naam Menachem ben Hezekiah) zouden moeten leren als we onze eigen teksten hebben ("en de Libanon zal vallen door de machtige" gevolgd door "want er zal een rijsje voortkomen uit de afgehouwen tronk van Isai, en een scheut uit zijn wortels zal vrucht voortbrengen"). Onze eigen teksten zijn namelijk onze expliciete maatstaf; niet de woorden van een Arabier die vanwege het loeien van een os iets expliciets meent te kunnen voorspellen. Dat is de boodschap van deze midrasj. En de T'NaCh zegt niet dat de Masjiach zich vlak na de vernietiging van de tweede Tempel in het jaar 70 zal openbaren; de T'NaCh zegt niet dat de Masjiach de zoon van een man genaamd Hezekiah zal zijn, en ook niet dat hij een jongen, genaamd Menachem, zal zijn. Er staat slechts in de T'NaCh dat de Masjiach komt na de vernietiging van de Tempel; een specifieke periode, plaats en naam wordt niet gegeven ("De Libanon" staat symbool voor de Tempel; en het rijsje dat zal voortkomen uit de afgehouwen tronk van Isai, betreft een Messiaanse profetie).
Bovendien: Deze Midrasj is vrij ver NA het jaar 70 geschreven en samengesteld door Joden die geloofden dat de Masjiach nog moest komen.
Tenslotte: als men de midrasj letterlijk neemt, sluit men daarmee impliciet uit dat de Masjiach voor het jaar 70 geboren kan zijn. We worden te allen tijde geacht de Masjiach te verwachten (zie bijvoorbeeld Shabbos 31a of Hilchos Melachiem 11:1); dat is dus zelfs zo essentieel dat de Rambam (Maimonides) het tot één van zijn 13 regels heeft gemaakt. De messiasverwachting nam begrijpelijkerwijs enorm toe nadat de Tempel werd vernietigd (de Masjiach zal immers de Laatste Tempel bouwen). De T'NaCh heeft voorspeld dat de Masjiach zal komen. Toen de tweede Tempel viel, had G-d reeds beloofd dat in het eind der tijden de Masjiach zal komen. G-d heeft de oplossing reeds vooraf gecreëerd, nog voordat de problemen, de ballingschap, plaatsvonden; nog voordat de Tempel werd verwoest. Dat is ook de boodschap van Midrasj Paniem Ach'riem 2.6:8.

Midrasj Paniem Ach'riem 2.6:8 zegt evenmin dat de Masjiach zal worden geboren voordat de Tempel zal worden vernietigd. Het relevante stukje citaat komt voor in een lang stuk dat gaat over Esther. Dit is wat het citaatje zegt (mijn vertaling): "En hij kwam met Hadassah, dat is, Esther, zijn oom's dochter..." (Esther 2:7), om te bevestigen wat is geschreven "Voordat ze weeën kreeg, bracht ze voort..." (Jesaja 66:7). En zodoende, in de toekomst, zal het gebeuren, dat Bejt HaMikdasj (de Tempel) valt en de redder wordt geboren, dat de samenkomst van Israël zal zeggen, "verheug niet tegen me, o mijn vijandin; [want] wanneer ik val, zal ik opstaan" (Micah 7:8).
[En ik zal de tijd herinneren dat ik in het donker zat, enzovoort].

Er staat nergens dat de Masjiach komt voordat de Tempel wordt vernietigd. Integendeel, de tekst zegt dat de Tempel zal vallen en dat Israël in ballingschap zal gaan, maar dat het voor die tijd al weet dat het dankzij G-d deze tegenslagen weer te boven zal komen en uiteindelijk zal worden bevrijd. Zodoende waarschuwt het haar vijanden: "ik zal weer opstaan (en zal me de tijd herinneren dat jullie het me zo moeilijk maakten)". Ongetwijfeld zal de Masjiach komen, maar er staat niet dat hij werd geboren voordat de Tempel viel. Het "voordat" slaat in Paniem Ach'riem 2.6:8 niet op de geboorte van de Masjiach. Bijna alle orthodoxe Joden zijn van deze teksten op de hoogte. En ik denk niet dat zij in dit geval meer nodig hebben dan de waarheid om de missionarissen de mond te snoeren.

Ook blijkt nergens dat de betreffende redder (al dan niet de Masjiach) het onderwerp van "voordat" is. Integendeel, uit het meteen daaropvolgende citaat (Micah 7:8) blijkt juist dat het gaat om de wetenschap dat men na de val zal worden gered. Voordat de Tempel valt, weet Israël reeds dat het weer op zal staan. Er staat letterlijk aangegeven wat er voor de val was besloten: het opstaan. Dat maakt Micah 7:8 zonneklaar. De T'NaCh heeft voor de val van de Tweede Tempel reeds voorspeld dat de Laatste Tempel zal worden gebouwd door de Masjiach; de T'NaCh heeft reeds voor de verwoesting voorspeld dat het Messiaanse Tijdperk uiteindelijk een tijdperk van alomvattende fysieke wereldvrede zal zijn (al dan niet voorafgegaan door een spirituele vrede), waarin alle wapens zullen zwijgen; en de T'NaCh heeft voor de ballingschap reeds voorspeld dat ALLE Joden uiteindelijk naar Israël tijdens de Messiaanse periode terug zullen zijn gekeerd. Dat zijn G-d's beloftes, we hebben deze reeds gebaard voordat onze weeën begonnen. Deze gebeurtenissen, de herbouw van de Tempel in het eind der tijden door de Masjiach, de terugkeer van ons Joden, allemaal in Israël tijdens de Masjiach, fysieke (en spirituele) wereldvrede tijdens de Masjiach, enzovoort, al deze zaken hebben we reeds gebaard VOORDAT de Tempel viel. Vandaar dat meteen de volgende zin zegt: "verheug u niet tegen mij, mijn vijandin; wanneer ik val, zal ik opstaan." Onze toekomstige verlossing hadden we reeds voortgebracht VOORDAT de Tempel viel. We zullen weer opstaan.

Wat ik in m'n oude aantekeningen op de betreffende frase (midrasj paniem acheriem 2.6:8) heb staan is: "HaSjem schiep in het begin al het licht van de verlosser. Voordat de eerste ballingschap zijn intrede deed, was de uiteindelijke verlosser al geboren in de profetie. De Masjiach lag al in de gebeden van Jacob besloten; de Masjiach lag al in Jehoedah en Tamar besloten; de Masjiach lag al in David besloten." Ook interessant is, dat er expliciet wordt verteld over het soort verlossing. De tekst heeft het letterlijk over de tijd dat Israël ten opzichte van haar vijanden zal herrijzen. Het type verlossing zegt direct iets over het soort verlosser: iemand die Israël ten opzichte van haar vijanden zal doen herrijzen. Dat heeft zich toen niet voorgedaan. Pas tijdens Sjim'on bar Kochba is daartoe een reële poging ondernomen.

Een nog belangrijker argument is, dat Sj'moe'el bar Nachmanie bijna tweehonderd jaar NA de val van de Tempel leefde en over de verlosser sprak alsof deze nog moest komen. Híj was het zelfs die in naam van zijn leraar, Rabbi Jonathan, sprak: "vervloekt degenen die het einde berekenen, want ze zullen zeggen, aangezien de berekende tijd is aangebroken, en desondanks is hij (de Masjiach) niet gekomen, zal hij nooit meer komen. Echter, wacht op hem, zoals er geschreven staat 'hoewel hij (de Masjiach) kan dralen, wacht op hem'." Het lijkt me al met al een waarschijnlijker optie dat Sj'moe'el bar Nachmani niet geloofde dat de Masjiach al zou zijn geboren voordat de Tweede Tempel werd vernietigd. Al heb ik uiteraard respect voor de mening van de Christelijke Messias die toen wel geboren zou zijn, heb men heeft echter m.i. allerminst aangetoond dat de Masjiach volgens Rabbi Sj'moe'el bar Nachmani zou worden geboren voor het jaar 70. Laat staan dat men m.i. hebt aangetoond dat de Masjiach toen reeds aan zijn Messiaanse missie was begonnen.

Daarnaast wordt de Christelijke messias dikwijs als G-d Zelf gezien die in een menselijke gedaante de zonde op Zich neemt, sterft en vervolgens plaats neemt in de Hemel, naast Zichzelf. Uiteindelijk zullen de G-ddelijke componenten weer een worden. Het Christendom denkt hiermee te pleiten dat zij een monotheïstisch geloof is door de drie G-ddelijke componenten als een G-d te zien. Wij Joden hebben met een G-d-Messias een probleem niet, ware het niet dat er respect is voor de Christelijke zienswijze. Echter wij koppelen G-d en van de Masjiach uiteraard los.
Ook kunnen wij ons vinden dat Jezus Christus niet anti-OT is, zoals het Christendom vele doet geloven.
Ook is er binnen het Jodendom ruimte voor de stellingen dat de Bijbel aantoont dat de Naam van de Ene G-d redding brengt; dat de Bijbel aantoont dat de Tora de Weg is; de Bijbel aantoont dat de Tora niet is afgeschaft, ook niet door invulling van Jezus; dat de Bijbel aantoont dat G-d ZELF (en dus niet het "Christelijke evangelisatiekanon") zorgt dat heel Israël behouden is. Aanbidt de Weg, het Middel (Bemiddelaar) niet.

Ik denk dat je pas kan zeggen dat iemand de Messias is als hij, zoals Rambam dit zegt, ook daadwerkelijk de profetieën vervuld. Dit impliceert eveneens dat we voordien niemand definitief mogen uitsluiten. Door Jezus of wie dan ook uit te sluiten, impliceer je meer te weten dan de gehele mensheid. Daarom liggen de verschillen, vermoed ik, vooral op het terrein van de kernvraag: "wat is Masjiach"?

Pagina index:
Copyright © 2007 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2021 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.