30 Niesan 5781 | 12 april 2021
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     Israël     Media     Publicisten     
Geschiedenis van de Islam
Publicatiedatum: zaterdag 03 juli 1999 Auteur: Redactie | 2.350 keer gelezen
Geschiedenis/Gebeurtenissen, Personen, islamitische fascisme »

In de voor-Islamitische tijd bestreden de Arabische stammen elkaar. In dezelfde tijd liet men de moeroewah doen ontstaan. Moeroewah is een ideologie die de gemeenschapszin versterkte en in veel opzichten de functies van een religie vervulde. Deze religie bestond uit heidense goden die zij in hun heiligdommen aanbaden. Ze kenden geen leer over het leven na de dood, want men geloofde dat alles bepaald werd door dahr, het noodlot. Eén van de moeroewah was het blindelings gehoorzamen aan de sajjid, stamhoofd, en een absolute loyaliteit aan je stam. Om ervoor te zorgen dat de stam bleef bestaan, verdeelde de sajjid de rijkdommen onderling en ieder kreeg zijn gelijke deel. Een andere moeroewah was de bloedwraak, een primitieve vorm van snelrecht. Nadeel was dat daardoor de stammen de één na de ander vermoordde, terwijl de intentie van de bloedwraak verloren ging. Je zou haast vergeten waarom de eerste moord vergeldt moest worden. Er was ook een voordeel aan de moeroewah: iedereen was aan elkaar gelijk en het zorgde ervoor dat je interesse in materialisme minimaal bleef.

Rond 610 n.d.g.j. veranderde Arabië van een simpel nomaden bestaan in een heuse autarkie. D.w.z. Arabië was niet afhankelijk van de handel van het buitenland. De Arabieren, m.n. de stam Koeraisjieten, werden rijker dan dat zij ooit hadden gedacht en genoten daar met volle teugen van. Iets te veel misschien. Men begon namelijk haast hun istighña (hun egocentrische autarkie) te aanbidden. Het werd een politiek en religieus schouwspel waar iedereen zich in liet meeslepen. Men wilde koste wat het kost niet meer terugvallen in hun armoedige nomaden bestaan. Nu zouden zij het lot in hun eigen handen hebben en dat gaf men een geweldig gevoel. Men moest uitkijken de stam niet tot desintegratie zou lijden. Vandaar dat men zichzelf de plicht oplegde om armen te voorzien van voedsel. Toen men nog een nomadische leven leidde, was het noodzakelijk om dat de stam op de eerste plaats kwam en het individu op de tweede. Iedereen was van doordrongen dat men aan elkaar afhankelijk was. Deze plicht begon langzamerhand te vertroebelen en men begon het individu op de eerste plaats te zetten. M.n. Mekka was in die tijd heel welvarend. Kleine familie-eenheden begonnen met elkaar te strijden om een stuk van Mekka's welvaart en de minderheden (Hãsjim-clans), mensen die minder succes hadden, waren erg bang dat zij zouden opgeslokt worden door deze families. De Arabieren zaten klem tussen de twee machten van de Perzische Sassaniden en het Byzantijnse Rijk. De moeroewah kon daarvoor geen oplossingen bieden en men begon zich spiritueel ontevreden voelen. Kooplieden uit moderne landen kwamen met fantastische verhalen over de wonderen van de beschaving en ondertussen had men het gevoel dat zij zelf gedoemd waren om eeuwig als barbaren te leven.

Mohammed was een uiterst geniale man. Hij slaagde in zijn leven alle stammen van Arabië in een nieuwe oemma te verenigen: geloofsgemeenschap.  Hoe is dit succes ontstaan?

Pagina index:
Copyright © 1999 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2021 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.