13 Tisjri 5782 | 19 september 2021
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
Pidjon Habeen- lossing van de eerstgeboren zoon
Publicatiedatum: woensdag 15 juni 2011 Auteur: Dayan mr. Drs. R. Evers | 2.632 keer gelezen
Halacha, Opperrabbijn R. Evers, Pidjon Habeen [lossing van de eerstgeboren zoon ] »

Wat is de oorsprong en de praktijk van deze indrukwekkende mitsva (gebod)?
Bij de tiende plaag in Egypte , toen alle eerstgeborenen in dat land omkwamen, werden alle eerstgeborenen van het volk Israël aan G’d gewijd. Daarom moet ook nu nog elk mannelijk kind, dat de eerstgeborene is van zijn moeder, door lossing van de priester – koheen – de vertegenwoordiger van G’d als het ware, in het bezit van zijn ouders teruggebracht worden.

Vijf sjekaliem
De som van de lossing bedraagt een bedrag in geldstukken, vijf sjekaliem. De lossing moet geschieden op de 31ste dag van de geboorte, niet op Sjabbat of Jomtov (wel op de middendagen van een feest). De lossing moet alleen geschieden als beide ouders noch kohaniem (priesters), noch levieten zijn. De beschikking over het verkregen bedrag ligt geheel bij de koheen. Indien het jongetje op de 31ste dag om bepaalde redenen nog niet besneden is, moet de lossing op die dag tóch plaatsvinden. Hebben beide plechtigheden plaats op de 31ste dag, dan gaat de besnijdenis voor. Het is gebruikelijk bij de lossing een maaltijd te houden. Is dit het geval, dan vindt de lossing plaats ná het uitspreken van de lofzegging over het brood. Op vastendagen geschiedt de lossing bij dag, de feestmaaltijd ’s avonds na ‘nacht’.

De procedure
Hoe geschiedt de lossing? De vader brengt het kind tot de priester, overhandigt hem dit en plaatst ook de lossingssom vóór hem. De vader zegt tot de koheen: ‘Mijn vrouw heeft mij dit mannelijke kind, dat haar eerstgeborene is, ter wereld gebracht’. De koheen vraagt de vader:`Wat wenst u liever te bezitten: uw eerstgeboren zoon hier of de vijf muntstukken die u schuldig bent voor zijn lossing?’. De vader neemt de muntstukken en zegt tot de koheen:`Liever wil ik mijn eerstgeboren zoon behouden. Hier hebt u vijf muntstukken voor zijn lossing’.
Daarna spreekt de vader twee lofzeggingen uit, al Pidjon Habeen en Sjèhèchijanoe: `Geloofd zijt Gij, Koning der wereld, die ons geheiligd heeft door zijn geboden en ons opdracht gegeven heeft over de lossing van de eerstgeboren zoon. Geloofd zijn Gij, Koning der wereld, die ons het leven heeft gegeven, ons behouden heeft en ons deze tijd heeft doen bereiken’.

In plaats van
De vader geeft de koheen het losgeld. Deze geeft de vader zijn zoon terug en terwijl hij zijn hand met het losgeld tegen het hoofdje van het kind houdt, zegt hij: `dit komt in de plaats van deze, dit komt in ruil voor deze, hierdoor wordt hij vrijgesteld en dit komt ten goede aan de koheen. Hij is binnengetreden in het leven, in de Tora en in de vreze des Hemels. Moge het Uw wil zijn, dat – zoals hij nu is binnengetreden in de lossing – hij ook opgenomen moge worden in de Tora, in het huwelijk en in het doen van goede daden. Ameen’.

De koheen spreekt daarna de zegen over het knaapje uit met de volgende woorden:`G’d doe u worden als Efrajiem en Menasjé. G’d zegene u en behoede u, Hij doe Zijn aangezicht over u schijnen en Hij verlene u vrede. G’d zij uw behoeder. G’d zij uw schaduw aan uw rechterhand. Lengte van dagen en levensjaren mogen u worden toegevoegd. G’d moge u behoeden voor alle kwaad, Hij behoede uw ziel. Ameen’.

Maar wat gebeurt nu als een vader zijn zoon niet gelost heeft – door oorlogsomstandigheden of uit onwetendheid? Ik heb een dergelijk geval meegemaakt. Een jongetje was in 1943 geboren. Vlak na de Briet Mila werd de vader gedeporteerd. Over de verplichting (chioev) van de zoon na zijn barmitsva wordt veel gediscussieerd. Ik laat hier de bronnen volgen.

Verschil in de Talmoeden
De dien (het voorschrift), dat alsde vader aan zijn zoon geen pidjon habeen heeft verricht, de zoon, als hij barmitsva is geworden, zichzelf moet lossen, leert de Talmoed Jeroesjalmi (Kidoesjien 1:7) uit de pasoek (vers) Sjemot 13:13: "elke eerstgeborene van de mens onder uw zonen moet u lossen", uit parsjat Bo. Maar in de Talmoed Bavli wordt de chioev (plicht) van de zoon om zichzelf te lossen na zijn barmitsva afgeleid uit de pasoek Bemidbar (18:15), waar staat: ”zeker zult u de eerstgeborene van de mens lossen”.
Allereerst moeten we begrijpen, waarom de verschillende Talmoeden verschillende pesoekiem (verzen) brengen om daaruit de chioev om jezelf te lossen na je barmitsva af te leiden. Bovendien is er een groot verschil in inhoud tussen de mitsva van pidjon habeen in parsjat Bo en parsjat Korach.

Verschillen
In parsjat Bo wordt gezegd: "Elke eerstgeborene van de mens onder je zonen moet je lossen" en iets verderop (13:15): "Elke eerstgeborene van mijn zonen zal ik lossen". In deze pesoekiem wordt duidelijk gezegd, dat de vader zijn zoon moet lossen. Maar in parsjat Korach wordt niet vermeld, dat de vader zijn zoon moet lossen. Er staat alleen, dat "jij moet lossen de eerstgeborene van de mens...". Maar dit kan slaan zowel op de vader als op de zoon zelf. In parsjat Bo komt de mitsva van pidjon habeen als vervolg op de uittocht uit Egypte. De uittocht uit Egypte is ook de reden van de mitsva van pidjon habeen. Want er staat geschreven: "Nu geschiedde het, toen Farao zich ertegen bleef verzetten, ons te laten heentrekken, toen doodde G’d alle eerstgeborenen in het land Egypte ...Daarom los ik elke eerstgeborene van mijn zonen”. Maar in parsjat Korach is de pidjon habeen slechts een onderdeel van de matnot kehoena, de gaven aan de koheen.

Rav Simlai
Om deze verschillen in de Talmoeden te begrijpen, moeten we eerst een soegja (verhandeling) aan het einde van de Talmoed Pesachiem nader analyseren. Daar staat: ”Rav Simlai kwam eens binnen bij een pidjon habeen. Toen vroeg men hem: "Het is logisch, dat de beracha "al pidjon habeen" door de vader wordt gezegd. Maar de beracha sjehechijanoe (wie moet die zeggen ?). Moet de koheen die zeggen, of moet de vader van de zoon die zeggen? Moet de koheen de beracha zeggen, want hij krijgt immers hana’a (5 sjekaliem) in zijn handen,of moet de vader van het kind de beracha sjehechijanoe zeggen, want hij doet de mitsva.
En de Talmoed vertelt, dat Rabbi Simlai het antwoord niet wist. Toen ging men vragen in het beet hamedrasj en toen zeiden zij tegen hem: "De vader van het kind zegt beide berachot. En zo is ook de halacha, de vader van het kind zegt beide berachot”.

Vragen
Naar aanleiding van deze Talmoedplaats kan men twee vragen stellen. Ten eerste: waarom antwoordt de Talmoed uiteindelijk, dat de vader beide berachot moet zeggen. De vraag ging toch alleen over de beracha van sjehechijanoe? Zou er misschien een verband bestaan tussen beide berachot?
Ten tweede: wat heeft pidjon habeen te maken met masechet Pesachiem en waarom staat het juist aan het einde van masechet Pesachiem?
De Rasjbam geeft een reden: ”Omdat in de laatste Misjna inzake het feestoffer en het Pesachoffer over twee berachot bij een persoon en een handeling wordt gesproken, behandelt men hier pidjon habeen, waar van dezelfde constructie sprake is”. Maar deze verklaring van de Rasjbam legt niet uit, waarom de Rief en de Rosj de dien van pidjon habeen ook brengen in hun verklaring op masechet Pesachiem, omdat zij toch immers in hun piskee halachot (beslissingen) de verschillende dieniem naar hun onderwerp behandelen. De Rief en de Rosj hadden deze dien moeten brengen in masechet Bechorot?

1   |   2      »      
Copyright © 2011 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2021 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.