20 Chesjwan 5782 | 26 oktober 2021
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
Agoena Support
Publicatiedatum: dinsdag 29 november 2011 Auteur: Dayan mr. drs. R. Evers | 1.412 keer gelezen
Halacha, Huwelijk, Reguliere wetgeving »

Dayaan Evers en mr. Zuriel Boublil

Advocaat Zuriel Boublil en zijn kantoor zijn bezig met het opbouwen van een internationaal net van advocaten en Rabbijnen, die kunnen helpen met het oplossen van de zgn. agoena-problemen.

Gelukkig vindt er elk jaar een flink aantal choepot plaats, maar helaas houden deze huwelijken niet altijd stand en komt het tot een scheiding.

Zo’n scheiding heeft emotionele, zakelijke en juridische kanten. Voor Joden in Nederland is de scheiding pas voltrokken na een uitspraak van de burgerlijke rechter én nadat de man zijn vrouw een scheidingsakte/get overhandigd heeft voor een rabbinale rechtbank, een Beet Dien.

Telkens weer zijn er mannen die weigeren een get af te geven waardoor de rabbinale echtscheidingsprocedure soms jarenlang stil komt te liggen. De vrouw wordt een AGOENA, letterlijk een geketende. Ze is onvrij om een nieuwe relatie aan te gaan, ze kan geen choepa krijgen. Bovendien worden kinderen uit een ‘verboden’ relatie mamzeriem (bastaarden), een status die zij hun hele leven lang zullen houden. Ook vrouwen kunnen overigens een get weigeren te aanvaarden, waardoor zij hun man `ketenen’.

In 2010 werd Agoena-support ook in Nederland verder ontwikkeld. Agoena-support is een vrijwilligersgroep opgericht om Agoenot te steunen, maar óók om te helpen voorkomen dat vrouwen Agoenot worden. Zo luidt de openingstekst van de brochure van de Agoena-supportgroep, die bestaat uit maatschappelijk werkenden, een arts, een ex-Agoena en een juriste.
Rabbijnen worden opgeroepen om pro-actief en niet alleen maar reactief te werken om de agoena-situatie te voorkomen.

Dayan Berel Berkovits citeert in dit verband een opmerking van de responsa-auteur Rabbi Jisra’eel Isserlein (1390-1460, Oostenrijk). Deze auteur van het responsa-werk Teroemat Hadesjen bespreekt een situatie van gevaar voor het leven op Sjabbat. Men moet direct handelen. Als iemand een vraag wil stellen aan een Rabbijn of hij de Sjabbat mag overtreden om te helpen, kan hij/zij schuldig zijn aan een verkapte vorm van bloedvergieten omdat hij het reddingsproces vertraagt. En de Rabbijn aan wie de vraag gesteld wordt, is megoene, laakbaar. Waarom is de Rabbijn laakbaar? Omdat hij nog voordat het gevaar ontstond, had moeten ingrijpen en de mensen had moeten vertellen wat ze moeten doen in geval van nood.

Het is onvoldoende om ons met onze handen in het haar af te vragen wat we: ’Wat kunnen wij er aan doen? Dit is de Joodse wet en we kunnen die niet veranderen’. In de pers worden het Rabbijnse establishment en de wanhopige vrouw nogal tegenover elkaar gezet, hetgeen een karikatuur van de werkelijkheid is. In feite staan de Rabbijnen volledig achter deze wanhopige vrouwen, die niet kunnen worden gescheiden van hun mannen en steunen hen volledig met alle hen ten dienste staande middelen.

In dit verband citeert Dayan Berkovits het commentaar van Nachmanides (Ramban). Racheel kon geen kinderen krijgen bij Ja’akov. Ze zei: ’Geef mij kinderen en als dat niet lukt, ben ik dood’ (sommige commentatoren vertalen hier: ‘En als dat niet lukt, dan zal ik zelfmoord plegen.’). Racheel was wanhopig. Ja’akov reageert verkeerd: ’Ben ik in plaats van de Almachtige, die jou kinderen geweigerd heeft?’. Volgens Nachmanides maakte Ja’akov, hoe groot hij ook was, hier een fout. Zo mag men niet spreken tegen mensen die lijden of getraumatiseerd zijn. Zelfs wanneer men niet kan ingrijpen en helpen, mag men niet ongevoelig worden voor andermans problemen.

René Cassin, de geestelijke vader van de mensenrechten, zei dat het begrip mensenrechten uit de Tora komt en gebaseerd is op de Tien Geboden. ‘Gij zult niet moorden’ is het recht op leven, ‘gij zult niet stelen’ is het recht op eigendom. Het Jodendom heeft de wereld het begrip van mensenrechten gegeven.

De Europese Conventie van Mensenrechten geeft in artikel 12: iedereen heeft het recht om te trouwen en een familie te stichten. Hetzelfde staat in de Universele Verklaring van de Mensenrechten, en de Internationale Conventie van Civiele en Politieke rechten. Nergens staat echter een mensenrecht om te scheiden beschreven, omdat dit in een aantal systemen niet geaccepteerd is. Ook het recht op eigendom staat nergens beschreven, omdat hier sprake is van een duidelijke botsing tussen het kapitalisme en het socialisme. Het communistische blok wilde dat niet goedkeuren.

Wat is de basis van het moderne Agoena-probleem?

Naar Nederlands recht, maar ook in een groot aantal andere stelsels, zijn huwelijk en echtscheiding rechtshandelingen, waarbij de staat betrokken is. In het Joodse recht worden het huwelijk en de echtscheiding tussen man en vrouw geregeld. Het zijn rechtshandelingen, die onder toezicht van getuigen, alleen door en tussen partijen worden uitgevoerd. Zowel huwelijk als echtscheiding zijn privaatrechtelijke overeenkomsten tussen de man en de vrouw. De enige rol die een Rabbijn of een Beet Dien, Rabbinale rechtbank heeft, is toezicht houden, dat de vereiste vormen in acht worden genomen. Het Beet Dien of een Rabbijn registreert in het Rabbinale archief wat er gebeurd is, zodat iedereen zich op de hoogte kan stellen van de status van een van beide echtelieden. Volgens het Nederlandse recht heeft de overheid het alleenrecht op het voltrekken van een huwelijk en het uitspreken van een echtscheiding. Het is een zaak van openbare orde en een echtscheiding kan tegen de zin van een van beide partijen worden voltrokken.

Opperrabbijn Lord I. Jakobovits uit Engeland, stelt dat het Agoena-probleem altijd bijzonder veel Rabbinale aandacht heeft gehad. Hij vertelt van zijn vader, die het hoofd was van het Beet Dien in Berlijn en Londen, de nacht voor zijn overlijden niet kon slapen vanwege de grote problemen van de Agoenot door de vele migraties en de Tweede Wereldoorlog. Hij stelt dat de Rabbijnen alles in het werk hebben gesteld om de situatie van de achtergelaten vrouwen zo draaglijk mogelijk te maken.

Het eerste punt waarop onze Rabbijnen hebben ingegrepen, was de noodzaak van twee getuigen. Normaliter moet men om iets te bewijzen twee getuigen hebben. Maar om aan te tonen dat de man is overleden, is het voldoende wanneer de vrouw met één getuige komt. Dit gold met name in situaties waarin de mannen verdwenen waren in tijde van oorlog of vervolging.

Een tweede belangrijke stap was de voorhuwelijkse overeenkomst, de Pre-Nuptial Agreement (afgekort P.N.A.). In Londen wordt dit door 70% van de huwelijkssluitingen bij het reguliere Beet Dien van de United Synagoge gehanteerd. Of dit inderdaad het gewenste effect heeft, dat het aantal Agoenot verminderd wordt, moet nog worden bezien.

1   |   2      »      
Copyright © 2011 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2021 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.