2 Tisjri 5781 | 20 september 2020
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
Het raadsel van de Rode Koe [derde van de arba parasjot]
Publicatiedatum: donderdag 28 juni 2012 Auteur: Dayan mr. drs. R. Evers | 4.289 keer gelezen
Parasja, Opperrabbijn R. Evers, Poeriem, Para adoema (de rode koe) »

De rode koe is al vele millennia een raadsel. Koning Salomo, die drie boeken van Tenach – Prediker, Spreuken en Hooglied geredigeerd heeft en elk voorschrift met 3000 parabels kon uitleggen – riep over de rode koe uit: ”Dit gaat mijn begrip te boven”.

De Tora zelf verklaart, dat dit voorschrift van het besprenkelen van onreine mensen met de as van de rode koe om hen te reinigen, een choeka, een onbegrijpelijke wet is. Rasjie (1040-1105) legt uit:“Omdat de volkeren Israël beledigen door te zeggen: ‘Wat betekent dit gebod, welke grond staat daarbij, welke reden bestaat daarvoor?’ - daarom schrijft de Tora daarbij ‘choeka’: het is een besluit van Mij. Jullie hebben geen recht dit te verwerpen op grond van jullie eigen oordeel. Mijn besluit is daarboven verheven.”

Een rode koe was zeer zeldzaam. Het Sanhedrin ging eens op weg om een rode koe te kopen. Ze boden de boer 400 zilverstukken. De eigenaar ging akkoord. De Geleerden zouden de volgende dag met het geld terugkomen. Maar intussen had de boer zich bedacht. Hij wilde 500 goudstukken. De leden van het Sanhedrin gingen akkoord en zouden de volgende ochtend het dier komen halen. De boer wist, dat wanneer de rode koe een juk had gedragen, het ongeschikt was, maar meende, dat de leden van het Sanhedrin dit niet konden controleren. De Geleerden onderzochten het dier alvorens te betalen. Een koe, die een juk heeft gedragen, is aan twee kenmerken herkenbaar. Er zijn twee haartjes in de nek, die gebogen blijven wanneer er ooit een juk op gelegen heeft. Bovendien kijkt een koe die een juk heeft gedragen ietwat scheel. De  Wijzen zagen direct, dat de koe niet meer geschikt was: “Houdt u de koe maar, wij hebben hem niet nodig”. De boer had vreselijk spijt van zijn bedrog en beroofde zichzelf van het leven.

Hoewel de para adoema (de rode koe) een onbegrijpelijk gebod is, geeft Rabbi Mosje Haddarsjan, uit wiens werken ook Rasjie nogal eens put, toch verschillende verklaringen. De rode koe werd voornamelijk gebracht als een verzoening voor het gouden kalf. Gelijk de Joden hun gouden neusringen hadden afgelegd voor het kalf uit hun eigen bezit, zo zouden zij deze rode koe ook ter verzoening moeten brengen uit hun eigen vermogen. Het brengen van de rode koe kan men vergelijken met de zoon van een slavin, die het huis van de koning bevuild heeft. Men zegt dan: laat zijn moeder (de rode koe) komen en het vuil van het kind (het gouden kalf) wegruimen. Zo doet de rode koe verzoening voor het gouden kalf.
   
De koe moet rood zijn, vanwege het vers “Als jullie zonden zo rood mochten zijn als karmozijn, zo wit als sneeuw zullen zij worden” (Jesaja 1:18). De koe moet rood zijn omdat ook overtredingen rood worden genoemd. Maar de koe moet tevens volledig zijn. Waarom moet hij volledig rood zijn? Omdat het Joodse volk volmaakt moet zijn en door het gouden kalf behept werd met gebreken: “Laat de volmaakt rode koe komen en verzoening doen voor de joden zodat ze weer naar hun volmaakte toestand terugkeren”.

De rode koe mocht geen juk gedragen hebben als tegenwicht voor het wangedrag van het joodse volk, dat G’ds juk had afgeworpen bij het gouden kalf. De eerste rode koe moest door Elazar, de priester, geprepareerd worden omdat het Joodse volk zich verzameld had rond Aharon, de hogepriester, om het gouden kalf te maken. Omdat Aharon het gouden kalf gemaakt had, werd deze dienst van de rode koe niet aan hem overgelaten: ”want een aanklager, die meegewerkt heeft aan een overtreding, kan geen verdediger worden, is niet de geschikte persoon om als bemiddelaar tot verzoening te fungeren”.
De rode koe moest verbrand worden gelijk het gouden kalf uiteindelijk verbrand werd. De priester neemt daarbij cederhout, hysop en karmozijnkleurige wol. Deze drie soorten staan tegenover de drieduizend man, die stierven als gevolg van het gouden kalf. De ceder is de hoogste van alle bomen en de hysop het geringste plantje. Dit is een hint voor de zelfingenomen trotsaard, die ingebeeld is en zondigt. Hij moet zichzelf vernederen als een hysop; dan zal hij verzoening krijgen. Zo hebben we een tipje van de sluier van het rode koe-mysterie opgelicht maar de echte paradox – dat de rode koe de reine mensen, die met haar bloed spatten onrein maakt en onreinen, die bespat worden rein maakt – blijft onbegrijpelijk.

©Dayan R. Evers 2012

Copyright © 2012 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2020 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.