7 Aw 5778 | 18 juli 2018
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
Jissoeriem helpt je om aan het slechtste lot te ontsnappen
Publicatiedatum: maandag 01 maart 2010 Auteur: Redactie | 3.009 keer gelezen
Redactie, Lijden »

"En je zult op die dag zien
[de dag dat je degene ziet die voor de ondergang veroordeeld zijn]
‘ik wil Jou danken, Hasjem, dat Jij boos op mij bent geweest.
Jouw boosheid zal van mij wijken
[omdat ik voor mijn zonde geboet heb]
en Jij zal mij troosten".

Jesjajahoe 12:1

Nu wij eerder leerden dat jissoeriem genezend voor onze ziel werkt, leert de Misjna Beroerah 222:3:4 dat je in jouw achterhoofd moet houden dat jissoeriem een ontsnapping van de vreselijkste straf in de Komende Wereld kan betekenen. Vandaar dat Rabbi Jonah Gerondi leert dat jissoeriem een boetedoening voor zonden is. Aroech hasjoelchan O.C. 222:3 vermeldt dat voor de dienaren van Hasjem de jissoeriem bronnen van blijdschap zijn. Met liefde accepteren zij het besluit van Hasjem, zodat zij Hasjem met al hun vermogen (me'odecha) dienen. Chazal interpreteert "me'odecha" van de Sjema als be'chol middah, oemiddah sjehoe modeid lach... de ongeacht de wijze hoe Hij met jou omgaat, zij het goed of anders, zul je Hem prijzen... want je zult van Hasjem jouw G'd houden... met heel jouw macht... Dewariem/Deut. 6:4 e.v.

Chofets Chajiem legt uit dat de Gra (de Gaon van Wilno, Eliyah ben Solomon Zalman) heeft gezegd dat wanneer er geen jissoeriem zou bestaan, dat wij allemaal verloren zouden zijn. "Rabbi Eli'ezer ben Ja'akov zegt: ‘wie één mitswa doet, verwerft zichzelf een advocaat,aar wie een verbod overtreedt verwerft zich een aanklager. Inkeer en goed-doen zijn een bescherming tegen de straf'." (Pirke Avot 4:13).
Wanneer een persoon komt te overlijden, dan verschijnt er een weegschaal waar de daden worden afgewogen. Een G'ddelijke Stem gaat uit en vraagt of alle daden van de mitswes die de persoon gedaan heeft verzameld kan worden. Direct verschijnen de engelen die de persoon door zijn goede daden, dus door zijn mitswes, geschapen zijn. Deze worden in de rechter schaal gelegd.
Dan gaat een Stem uit die vraagt of alle zonden die begaan zijn verzameld kunnen worden. Direct verschijnen de engelen in zwart, die de persoon door zijn slechte daden zijn geschapen. De situatie wordt nog gecompliceerder door het feit dat de slechte daden met meer hartstocht zijn gedaan dan de mitswes.
Een andere G'ddelijke Stem gaat uit en vraagt voor de jissoeriem die de persoon te lijden heeft gehad en onmiddellijk worden de jissoeriem in de rechter schaal gelegd en ziet: de schaal slaat in zijn voordeel door, omdat hij door jissoeriem heel veel vergeving voor zijn zonden heeft ontvangen! De persoon zal dan weten dat hij geen rasja' meer is, maar een tsaddiek en dankt Hasjem op zijn blote knieën voor alle problemen die hij heeft meegemaakt. 
We zullen blij zijn dat wij in galoet moesten leven en dat wij vergeving hebben ontvangen, dan een harde bestraffing.

Een keerzijde: De Baal Sjem Tov leert ons dat wanneer iemand na zijn dood voor de Hemelse Gerecht staat, zal aan hem de zonde van iemand anders worden getoond. Er wordt vervolgens om zijn mening gevraagd (net zoals de profeet Natan aan David hamelech vroeg te oordelen over het "lam van de arme man", zie Sam. II 12). Pas nadat hij hierover zijn oordeel heeft geveld, zal het duidelijk zijn dat zijn kwade daden vergelijkbaar met de daden van de ander waren waarover hij oordeelde. Hierdoor heeft hij zijn eigen vonnis in het hiernamaals uitgesproken.

Hoe moeten wij de eerste vers van Jesjajahoe 12 interpreteren (zie inleiding deze paragraaf)?
Gemara Niddah 31a geeft uitleg monde Rav Joseef. De Misdrasj vertelt ons over een man die naar de haven wandelt en onverhoopt raakte hij zijn voet geblesseerd door dat er een doorn in zijn voet kwam. Hierdoor ging hij mank lopen en kwam daardoor bij zijn boot te laat aankwam. De man vloekte, maar de boot zonk. Dit is wat Jesjajahoe 12:1 bedoelt wanneer hij zegt: "Ik zal G'd danken omdat Hij boos op mij is geweest". De laatste gedeelte van de vers - "en Jij zal mij troosten" - staat volgens de Gemara in verband met Tehilliem/Ps. 72:18 waar staat dat Hasjem, gezegend is Hij, de Heer, de G'd van Israel, Zelf wonderen doet. Ook degene die een wonder verwacht, herkent dikwijls de wonder die Hasjem doet gewoonweg niet. Rasji legt uit dat G'd alleen weet wat er werkelijk achter de schermen gebeurd.

Rabbi Lazer Ginsburg leert dat achter deze Gemara het volgende verbazende feit schuilt: ondanks iemand die jissoeriem overkomt niet volgens de gepaste procedure reageert (in Berachot 62a staat hoe je jissoeriem moet accepteren), blijft het feit staan dat het brandende effect van de jissoeriem genoeg is om iemand te kunnen redden van een vreselijk lot. Het idee dat jissoeriem iemand van het slechtste lot rest, kunnen we ook bestuderen in Sjomer Emoeniem, Ma'amar Hasjgachah Pratis, hfst. 6. Daar staat dat alle jissoeriem, zelfs de minst erge jissoeriem, leidt de oneindige, verschrikkelijke straffen in het ‘Olam Haba af. Met name bij mensen die geloven in het Hemelse Toezicht, weten en accepteren het met liefde, omdat zij niet twijfelen aan Hasjems redenen, chas wesjalom.

Verder leert Sjomer Emoeniem dat wanneer wij de redenen zouden weten en begrijpen waarom we dit moeten ondergaan, dan zouden wij van vreugde dansen over het feit hoe liefdevol Hasjem ons middels de jissoeriem ons behandelt. We mogen dit vergelijken met een moeder die een vies geworden kind in bad stopt en het vuil van het kind moet af schrobben. Wij weten vast nog wel uit onze kindertijd dat wij vreselijk hekel aan zulke wasbeurten hadden. Maar wanneer wij toen als kind al begrepen waarom en hoe liefdevol onze moeders ons verzorgden - in deze wasbeurt - dan zouden wij haar toen al onze diepe dankbaarheid tonen.

Ook leert Sjomer Emoeniem ons dat zelfs de minst hinderlijke jissoeriem die wij vaak meemaken, een persoon in zijn geloof versterkt, iemand aandringt om tesjoeva' voor zijn zonden te doen, Hasjem om vergeving smeekt en zijn geloof - dat deze irritaties onder toezicht van Hasjem gebeurt wordt - versterkt. Zijn vlekken in de hogere wereld, die door zonde worden veroorzaakt, worden vergeven. Het harde oordeel tegen hem zal omgekeerd worden en in Hemel zal het worden beschouwd alsof hij een geweldiger jissoeriem had geleden dan hij eigenlijk heeft gedaan.
Chofetz Chajim schrijft in Shemirat Halasjon, Sja'ar Hatevoenah hoofdstuk 8 dat wanneer iemand wil leren hoe hij in alle geduld accepteert wat hem is overkomen, dan zal hij constant aan de eigenlijke afstraffingen in de Gehenna, maar ook de gilgoel (reïncarnatie van de ziel) moeten denken: het vuur van de eerste kamer van de Gehenna is het zestigvoudige van het vuur die wij hier op aarde hebben, en de tweede kamer is het zestigvoudige van de eerste kamer, enz. De RaMBaN schreef in Sha'ar Hagemoel, zo wijst de Chofetz Chajim ons daarop, dat één uur in de Gehenna erger is dan alle jissoeriem die Ijov (Job) in zijn gehele leven is overkomen...

Daarom moeten wij constant onze acties blijven bestuderen en we moeten begrijpen dat ook op de Grote Dag des Oordeels wij niet vlekkeloos voor het Gerecht staan. We moeten dit goed beseffen zodat wij iedere vorm van jissoeriem met open armen zullen ontvangen en accepteren en dat jissoeriem ontelbaar beter is dan jezelf het onnoemelijke lijden riskeren, zoals hierboven over de Gehenna vermeld.

Tot slot leert Chofetz Chajim ons in Machaneh Yisrael, hfst. 13 dat Hasjem iemands jissoeriem als iets goeds beschouwt. Door jissoeriem in deze wereld te accepteren, wordt zijn ziel gereinigd en hij hoeft niet meer te lijden aan die vreselijke, vreselijke straffen in de Gehenna. Rasji legt naar aanleiding van Ijob/Job 36:15 uit - waar staat dat Ijov gered is door zijn lijden - dat Ijov van de Gehenna gered is middels zijn jissoeriem.

Pagina index:
Copyright © 2010 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2018 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.