15 Niesan 5784 | 23 april 2024
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
De drie opdrachten van de besnijdenis
Publicatiedatum: zaterdag 13 april 2013 Auteur: Dayan mr. drs. R. Evers | 1.847 keer gelezen
Brit Mila (besnijdenis), Opperrabbijn R. Evers »

“Op de achtste dag zal het voorhuidvlees besneden worden” (12:3). De besnijdenis bestaat uit drie handelingen:
1. chitoeg: het wegsnijden van de voorhuid,
2. pri’a: het terugslaan van het dunne vlies en
3. metsietsa: het wegzuigen van het bloed.

Zolang een jongetje nog in de buik van zijn moeder is, is het kedoesja (heilige) deel van zijn ziel nog niet echt verbonden met zijn lichaam. Pas na de besnijdenis is er sprake van instroom van kedoesja van de nesjomme. Daarom heet de orla (voorhuid) een blokkade. Deze blokkade is er niet bij meisjes.

“Besneden wordt bij jullie al wat van het mannelijke geslacht is.” In de vijf zinnen tussen Genesis 17:9 en 17:14 wordt driemaal benadrukt dat alleen jongetjes worden besneden. Het is dus absoluut niet de bedoeling dat meisjes worden besneden. De Talmoed zegt over de dames dat ze al ‘als besneden gelden’. Een extra besnijdenis is dus absoluut niet nodig en zelfs strikt verboden.

Volgens Maimonides is een van de intenties van de besnijdenis om de mannelijke lustbeleving enigszins te verminderen. Dit is ook de bedoeling van de geboden in het algemeen: het verheffen van de lage driften naar spiritueel niveau. Deze lichamelijke staat heeft ook spirituele diepgang.

De briet mila bestaat uit drie opdrachten:
1. het verwijderen van de orla (voorhuid),
2. het besneden zijn en
3. het niet onbesneden zijn.

Ad 1. De daad van de besnijdenis – Wanneer een kind zonder voorhuid wordt geboren, is hij wel besneden en zonder voorhuid maar er was geen briet-mila. Er wordt een symbolische druppel bloed geprikt om de besnijdenis compleet te maken.
Ad 2. De besneden status – Wanneer men het restant van de voorhuid operatief laat verlengen, was er een besnijdenis en is er geen voorhuid meer maar heeft men niet langer de besneden status.
Ad 3. De voorhuidloze status – Wanneer men met twee voorhuiden wordt geboren en er slechts één wordt besneden, is er gesneden en een besneden status maar de voorhuidloze status is nog niet bereikt.

Dit lijkt haarkloverij maar heeft symbolische diepgang. Ook het religieuze leven bestaat uit drie delen: het doen van de mitsvot met als resultaat een `verheven status’ en `bevrijding van kwade bedoelingen’.
“Wijk van het kwade en doe het goede” (Psalm 34:15). Slechte zaken mijden is onvoldoende. We moeten goed doen. Dit is de boodschap van de details van de besnijdenis. Het lichaam opereert als een vehikel voor de ziel. In de aardse realiteit komen alle menselijke aspecten vrij om G’d te volgen. Spiritueel “besneden” zijn betekent goed doen, de innerlijke barrières overkomen en de weg vrijmaken voor G’d door moreel te handelen. De “voorhuidloze status” betekent wijken van het kwade.
Sommige mensen doen van nature goed en hebben een edel karakter. Dit zijn de “spiritueel besnedenen”. Anderen hebben een natuurlijke afkeer van slechte dingen – dit zijn degenen die “spiritueel voorhuidloos” zijn. Toch is dit niet voldoende. Ook deze mensen moeten aan zichzelf werken, proberen op een hoger niveau te komen vanuit een spirituele motivatie. Dit is het symbolische eerste criterium: de daad van de spirituele besnijdenis. Zo geldt dus bij alle mitsvot: men is pas spiritueel op hoog niveau bij 1.zinvolle actie, 2.goede intentie en 3.afschuw van het kwade.

Het doel van de mitsvot is om het aardse te verheffen: verlangen naar materieel plezier wordt omgezet in plezier `in verhevenheid’. Wegsnijden van de dikke voorhuid symboliseert verwijdering van grove lusten, het dunne huidje verwijst naar de beheersing van meer subtiele verlangens.

Toen koning David naakt het bad in ging, zei hij: “Wee mij! Ik heb Uw mitsvot niet langer aan” (B. T. Menachot 43b). Maar toen hij zich de briet mila herinnerde, bedaarde hij. De briet mila is een continue mitsva. Hierin is er een verschil met andere mitsvot. Tefillien, bijvoorbeeld, veroorzaken zeker een bepaalde kedoesja (heiligheid) in het lichaam. Maar het heeft geen eeuwige invloed. De briet mila blijft deel van het lichaam en introduceert een continue wijding van het lichaam. Dit is een eeuwig verbond (Genesis 17:13): “Mijn verbond zal een eeuwige verbintenis zijn in jullie vlees”. De briet mila is geen eenmalige gebeurtenis, hoewel het wel een eenmalige daad is. De besnijdenis heeft een doorlopend effect (gebaseerd op `Achtergronden van de besnijdenis’).

©Dayan mr. drs. R. Evers 2013

Copyright © 2013 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2024 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.